Aansprakelijkheid na een hondenongeval: wie draait op voor de schade?
Femke van de Klok
15/1/2026

Op 26 november 2025 deed de rechtbank Amsterdam uitspraak in een zaak over aansprakelijkheid na een hondenongeval. In deze procedure stond de vraag centraal welke hond de val van eiseres had veroorzaakt en in hoeverre de schade voor rekening van de betrokken hondenbezitters dan wel voor het slachtoffer zelf diende te komen.
Wat is er gebeurd?
Op 3 februari 2023 liet eiseres haar hond, een labradoodle, uit op een grasstrook. Zij stond daar te praten met andere hondeneigenaren. De honden waren niet aangelijnd. De honden, waaronder ook een zwarte labrador, renden spelend achter elkaar aan. Op enig moment is een hond tegen eiseres aangelopen, waardoor zij ten val is gekomen.
Letsel
Ten gevolge van de val liep eiseres een complexe breuk aan haar linker scheenbeen op, waarbij een deel van het gewrichtsoppervlak was ingezakt. Eiseres is aan haar been geopereerd, waarbij de breukdelen met een plaat en schroeven zijn vastgezet. De eerste zes weken mocht zij het been niet belasten. Vervolgens is zij gestart met revalidatie onder begeleiding van een fysiotherapeut.
De stand van het bot blijkt goed te zijn hersteld, maar er is wel sprake van botwoekering aan de binnen- en buitenzijde van de knie en onder de knieschijf.
Grondslag aansprakelijkheid / bewijslast
Eiseres houdt gedaagden, de eigenaren van de zwarte labrador, aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW juncto de artikelen 6:162 BW en 6:180 BW. Zij stelt dat de zwarte labrador tegen haar is aangerend, waardoor zij is gevallen.
Op grond van artikel 150 Rv rust op eiseres de stelplicht en bewijslast om aan te tonen dat zij door de zwarte labrador omver is gelopen. Volgens eiseres kan de toedracht worden afgeleid uit de getuigenverklaringen die zijn afgelegd tijdens het voorlopig getuigenverhoor, in samenhang met de schuldbewuste WhatsApp-berichten die één van de gedaagde na het ongeval met eiseres heeft uitgewisseld.
Toedracht van het ongeval
Er bestaat discussie over de toedracht van het ongeval. Tijdens het voorlopig getuigenverhoor hebben diverse personen een verklaring afgelegd. Eiseres en een andere getuige verklaren dat zij hebben gezien dat de zwarte labrador recht op eiseres afliep en tegen haar aan botste. De eigenaren van de zwarte labrador stellen daarentegen dat het de labradoodle was die tegen de benen van eiseres aanliep, waarna zij vervolgens over de zwarte labrador heen viel.
De rechtbank hecht meer waarde aan de getuigenverklaring die overeenstemt met de verklaring van eiseres. Deze getuige is namelijk de enige die geen partij is in de procedure en verklaart, net als eiseres, duidelijk dat zij heeft gezien welke hond tegen het been van eiseres aanliep. De rechtbank acht de verklaringen van gedaagden minder overtuigend. Een van de gedaagden verklaart dat hij verderaf stond en slechts ‘denkt’ dat eiseres niet heeft kunnen zien welke hond tegen haar aanliep, terwijl de verklaringen van eiseres en de andere getuige juist zeer stellig zijn.
Daarnaast verklaart een van de gedaagden dat de labradoodle tegen het rechterbeen van eiseres zou zijn aangelopen, terwijl eiseres letsel heeft opgelopen aan haar linkerbeen.
Gedaagden voeren verder aan dat de honden op elkaar lijken en dat eiseres zich daardoor mogelijk heeft vergist in welke hond voorop rende en tegen haar been aanliep. De rechtbank acht dit niet aannemelijk, nu tussen de zwarte labrador en de labradoodle duidelijke uiterlijke verschillen bestaan.
De rechtbank hecht verder geen waarde aan de later gevoerde WhatsApp-correspondentie. Uit het feit dat later ‘sorry’ is gezegd, kan geen uitdrukkelijke erkenning van aansprakelijkheid worden afgeleid. Ook het feit dat gedaagde direct na het ongeval schuldbewust leek, levert geen bewijs op voor de toedracht, nu alle betrokkenen na het incident waren geschrokken.
Alles bij elkaar genomen acht de rechtbank de verklaring van eiseres, ondersteund door de verklaring van de andere getuige, het meest overtuigend. De verklaringen van gedaagden leggen onvoldoende gewicht in de schaal. Dit leidt ertoe dat gedaagden, als gezamenlijke bezitters van de zwarte labrador, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door eiseres geleden en nog te lijden schade.
Beroep op eigen schuld (artikel 6:101 BW)
Vervolgens rijst de vraag of gedaagden volledig schadeplichtig zijn, of dat hun schadevergoedingsplicht op grond van artikel 6:101 BW moet worden verminderd wegens aan eiseres toe te rekenen omstandigheden die hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval.
Volgens de rechtbank is sprake van dergelijke omstandigheden. Vaststaat dat eiseres zich, net als gedaagden, niet hield aan de geldende aanlijnplicht. De honden zijn spelend achter elkaar aan gaan rennen. Het gedrag van de zwarte labrador is daarom niet los te zien van het gedrag van de labradoodle. Dat de labradoodle achter de zwarte labrador aan rende, is mede oorzaak geweest van het ontstaan van het ongeval.
De rechtbank oordeelt dat gedaagden 60% van de schade dienen te vergoeden en dat 40% van de schade voor rekening van eiseres blijft. Daarbij wordt overwogen dat het aandeel van de zwarte labrador in het veroorzaken van het ongeval iets groter wordt geacht, omdat deze niet is uitgeweken voor eiseres maar met volle vaart tegen haar is aangerend.
Causaal verband
Gedaagden voeren aan dat geen causaal verband bestaat tussen het ongeval en de gestelde schade. Eiseres is namelijk pas een dag na het ongeval naar de huisarts en de spoedeisende hulp gegaan. Volgens gedaagden zou zich in de tussentijd mogelijk een ander ongeval hebben voorgedaan.
De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. Dat eiseres pas een dag later medische hulp heeft gezocht, staat niet aan het aannemen van causaal verband in de weg. Dat zij het letsel aanvankelijk heeft aangekeken, betekent niet dat haar scheenbeen niet als gevolg van het ongeval met de honden kan zijn gebroken. Daarbij is niet betwist dat eiseres direct na het ongeval veel pijn had, niet zelfstandig kon lopen en haar linkerbeen niet meer kon belasten. Er is geen enkele aanwijzing dat eiseres na het ongeval nog een ander ongeval is overkomen.
Conclusie
De rechtbank acht bewezen dat de zwarte labrador het ongeval heeft veroorzaakt en houdt de eigenaren daarvoor aansprakelijk. Vanwege het niet naleven van de aanlijnplicht aan beide zijden wordt de schadevergoedingsplicht echter verminderd, waarbij 60% van de schade voor rekening van gedaagden komt en 40% voor rekening van eiseres.


