Het “deelgeschil” in een langlopende letselschadezaak
Mariska Kamsteeg
31/12/2025

Een deelgeschilprocedure is een procedure waarin – het woord zegt het al – een deel van een geschil kan worden voorgelegd aan de rechter. Bijvoorbeeld alleen de vraag of een verzekeraar aansprakelijk is voor een bepaald ongeval, of tot welk bedrag de immateriële schade vergoed dient te worden. Toch komt het voor dat er discussie is over de vraag of een bepaald punt in een zaak wel aan de deelgeschillenrechter kan worden voorgelegd. Een discussie niet over de onderhandelingen in de zaak, maar over de behandeling van die zaak. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, die hier te raadplegen is, laat goed zien hoe een rechter met die discussie omgaat.
Wat is er gebeurd?
Op 12 augustus 2021 is het slachtoffer, rijdend op zijn bromfiets, aangereden door een auto. Hij heeft daarbij letsel opgelopen, bestaande uit een en gebroken linkerenkel, een luxatie van de rechter heup en een gebroken lendenwervel. Helaas zal dit letsel blijvende klachten en beperkingen met zich meebrengen, vooral voor rugbelastende activiteiten. Zurich heeft, als verzekeraar van de auto, aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Zij dienen de materiële en immateriële schade van het slachtoffer te vergoeden.
De letselschadezaak
Omdat aansprakelijkheid is erkend is er medisch onderzoek naar het slachtoffer verricht, is hij begeleid door een arbeidsdeskundige en dient er onderzoek verricht te worden naar de mogelijkheden van het slachtoffer om te werken en te ondernemen. Daarvoor heeft hij om begeleiding gevraagd aan Zurich. Die hebben daar niet op gereageerd. Wel heeft Zurich zich eerder op het standpunt gesteld dat het slachtoffer moest werken náást het starten van zijn onderneming om verlies aan verdienvermogen te voorkomen en heeft Zurich gesteld dat het slachtoffer zich anders moet omscholen.
Omdat er tussen de advocaat van het slachtoffer en Zurich geen overeenstemming wordt bereikt over de aspecten werk en ondernemen, heeft de advocaat een deelgeschilprocedure gestart. Inzet (kort gezegd): mag Zurich eisen stellen aan het werk van het slachtoffer én had Zurich het slachtoffer niet moeten laten begeleiden.
De deelgeschilprocedure
Zurich voert als verweer aan dat het verzoek van het slachtoffer niet geschikt is voor behandeling in deelgeschil omdat het verzoek volgens haar meerdere complexe vorderingen bevat, waarmee feitelijk de hele zaak aan de rechtbank wordt voorgelegd.
De rechtbank beslist echter als volgt. In het algemeen geldt dat wanneer een verzoek zo veelomvattend is dat daarmee in feite het hele geschil over de schadeafwikkeling aan de rechter wordt voorgelegd, de deelgeschilprocedure daarvoor niet de geëigende weg is, maar een bodemprocedure moet worden gevolgd. De deelgeschilprocedure is immers bedoeld om de buitengerechtelijke onderhandelingen te bevorderen, en als er een beslissing ligt op alle geschilpunten, zijn onderhandelingen niet meer nodig. Hier worden niet alle geschilpunten behandeld. Het belangrijkste onderwerp in de deelgeschilprocedure is namelijk het verlies aan verdienvermogen en er zijn nog veel meer schadeposten.
Dat het slachtoffer nog niet is uitbehandeld en dat de onderwerpen van de zaak nog onderzocht werden, staat ook niet aan het aanbrengen van een deelgeschil in de weg.
Wanneer over een bepaalde schadepost, of over een andere kwestie die relevant is voor afwikkeling van de schade, nog geen relevant inhoudelijk contact is geweest tussen partijen, en zij over en weer daarover nog geen standpunt hebben ingenomen, dan is er op dat punt nog geen sprake van in een impasse geraakte onderhandelingen, en is er geen taak weggelegd voor de deelgeschilrechter. Maar, als er geen onderhandelingen zijn omdat de verzekeraar niet tijdig (binnen drie maanden) een standpunt inneemt, dan kan de zaak wel worden voorgelegd aan de rechter. Of, als er bepaalde discussiepunten enige tijd zijn blijven liggen en dus niet meer heel actueel zijn, mogen die alsnog in de procedure worden meegenomen. Zolang maar gesteld kan worden dat er sprake is van een impasse in de onderhandelingen.
Ten aanzien van het feit dat het verlies aan verdienvermogen nog onderzocht moest worden overweegt de rechtbank dat de rechter het verzoek om een beslissing in deelgeschil afwijst voor zover de verzochte beslissing naar zijn oordeel onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. De rechtbank moet daarbij toetsen of de bijdrage van de verzochte beslissing zodanig is, dat dit opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure. Deelvragen waarvan te verwachten is dat de beantwoording daarvan kostbaar is en veel tijd in beslag neemt, bijvoorbeeld omdat bewijslevering nodig zal zijn, lenen zich minder goed voor behandeling in een deelgeschilprocedure. De rechter komt hierbij een ruime beoordelingsvrijheid toe. Doorgaans ziet de rechter geen ruimte voor bewijslevering in deelgeschil. In deze specifieke zaak oordeelt de rechtbank dat zij een oordeel kunnen vellen zonder nadere bewijslevering. Daarom kan de zaak verder gaan.
De rechter beslist uiteindelijk dat het recht op zelfbeschikking ten aanzien van een carrière te prevaleren is boven de schadebeperkingsplicht van het slachtoffer richting de verzekeraar. Maar, dat gaat niet zo ver dat als het slachtoffer niet met zijn gewenste carrière in zijn levensonderhoud kan voorzien, Zurich zijn inkomen altijd moet blijven aanvullen. Dan kan verwacht worden dat het slachtoffer zich omschoolt. In de tussentijd moet Zurich ervoor zorgen dat het slachtoffer begeleid wordt.
Conclusie
De introductie van de deelgeschilprocedure maakt dat er gemakkelijker tot een procedure in letselschadezaken kan worden overgegaan. Dat betekent niet dat alles in deze procedure kan worden voorgelegd. De wet en rechtspraak stellen eisen aan de hoeveelheid onderwerpen die aangebracht worden (niet het gehele geschil), het doel van de procedure (buitengerechtelijke onderhandelingen bevorderen) en het moment waarop de procedure gestart kan worden (bij een impasse). Ook is er in principe geen ruimte voor bewijslevering in de deelgeschilprocedure. Een onderwerp moet dan ook bijna uitgekristalliseerd zijn, voordat dit aan een rechter kan worden voorgelegd.
Meer weten?
Bent u het slachtoffer geworden van een verkeersongeval en wenst u bijstand bij het verhalen van uw schade op de automobilist of diens WAM-verzekeraar? Of heeft u een andere vraag? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek waarin wij concreet bespreken wat wij voor u kunnen betekenen. U kunt ons bereiken via 073-690088 of via info@jba.nl.


