Algemeen

Aansprakelijkheid na mishandeling in familiaire sfeer

Edgar Mulders

27/3/26

De rechtbank Gelderland heeft zich begin februari uitgesproken over aansprakelijkheid in het kader van een mishandeling in familiaire sfeer. In de procedure stond centraal of de dader handelde uit zelfverdediging en derhalve niet aansprakelijk is. De uitspraak is hier terug te lezen.

Wat is er gebeurd?

Het slachtoffer had een geschil over een stuk land met zijn achterneef die tevens zijn zwager is. Over dit geschil liepen reeds verschillende gerechtelijke procedures.

Toen het slachtoffer zich in een fietsenwinkel bevond is de dader daarheen gereden en naar binnen gestapt. De dader vroeg het slachtoffer om buiten te praten over het geschil over de grond. Eenmaal buiten is de situatie ontaard in een vechtpartij waarbij het slachtoffer letselschade op heeft gelopen. Volgens de dader is het incident door het slachtoffer ontstaan, die begon met hem te duwen. De dader probeerde zich steeds los te rukken, maar omstanders probeerde hem vast te houden. Daarna heeft de dader echter flink geweld toegepast. De dader heeft meerdere malen tegen het hoofd van slachtoffer geschopt en geslagen. Daarnaast heeft hij een klap uitgedeeld met een wapenstok. Als gevolg hiervan heeft het slachtoffer paniekaanvallen, slaapproblemen en symptomen van PTSS ontwikkeld.

De dader is hiervoor reeds strafrechtelijk veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand voor poging tot zware mishandeling.

Civielrechtelijk vordert het slachtoffer schadevergoeding op grond van een jegens hem gepleegde onrechtmatige daad. De schadevergoeding wordt gevorderd op grond van artikel 6:162 BW. De dader verweert zich met een beroep op een rechtvaardigingsgrond in de vorm van noodweer en een beroep op een schulduitsluitingsgrond in de vorm van noodweerexces.

Het juridisch kader

Voor aansprakelijkheid op grond van 6:162 BW is een toerekenbare onrechtmatige daad nodig. Een onrechtmatige daad kan bestaan uit een inbreuk op een recht, een handeling in strijd met een wettelijke plicht of een handeling in strijd met hetgeen het maatschappelijk verkeer betaamd.

Lid 2 bepaalt dat er geen sprake is van een onrechtmatige daad als voor het handelen een rechtvaardigingsgrond bestaat. Een daad die in het algemeen onrechtmatig zou zijn, kan dus in het concrete geval haar onrechtmatig karakter verliezen door de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. Hierbij wordt er een belangenafweging gemaakt tussen enerzijds de ernst en gevolgen van de gepleegde daad en anderzijds de belangen die zijn gediend door het plegen van de daad.

In dit kader is het beroep op noodweer relevant. Noodweer is een rechtvaardigingsgrond uit het strafrecht die het onrechtmatige karakter van de daad kan wegnemen. Voor een geslaagd beroep op noodweer dient er een acute dreiging van een aanval te zijn waarbij zelfverdediging – kort gezegd – de enige resterende optie is. De mate van zelfverdediging dient echter wel proportioneel tot de aanval en passend te zijn.

Lid 3 bepaalt dat er slechts aansprakelijkheid bestaat wanneer de onrechtmatige daad kan worden toegerekend aan de dader. Een onrechtmatige daad wordt aan de dader toegerekend wanneer deze via schuld, de wet of verkeersopvattingen voor zijn rekening dienen te komen.

In dit kader is het beroep op noodweerexces relevant. Noodweerexces is een schulduitsluitingsgrond in het strafrecht die geldt wanneer iemand tijdens de noodzakelijke zelfverdediging te ver gaat (buitenproportioneel geweld) door een “hevige gemoedsbeweging”, veroorzaakt door de wederrechtelijke aanranding (de oorspronkelijke aanval waartegen verdedigd moest worden). Noodweerexces kan de toerekenbaarheid van de onrechtmatige daad wegnemen.

Het oordeel van de rechtbank

In deze zaak geldt het volgende. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een toerekenbare onrechtmatige daad en daarmee aansprakelijkheid.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van mishandeling en daarmee de onrechtmatigheid nu vaststaat dat de dader op het hoofd van het slachtoffer heeft geslagen. Het beroep noodweer wordt door de rechtbank afgewezen. Hoewel de rechtbank van mening is dat enige vorm van zelfverdediging passend was, acht het de wijze waarop buitenproportioneel en niet passend gelet op de dreiging. De rechtbank is van mening dat het slaan en schoppen tegen het hoofd door de dader, niet in verhouding staat met de ernst van de dreiging vanuit het slachtoffer. De onrechtmatigheid van het handelen staat daarmee vast.

De rechtbank oordeelt tevens dat deze onrechtmatige handelingen toerekenbaar zijn aan de dader en dat het beroep op noodweerexces niet slaagt. Het is volgens de rechtbank niet aannemelijk dat de handelingen van het slachtoffer voor een “hevige gemoedstoestand” hebben gezorgd bij de dader. Het enkele duwen van slachtoffer is niet genoeg om een dergelijke gemoedstoestand te veroorzaken bij de dader.

Wel is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van 25% eigen schuld aan de kant van het slachtoffer. Hierbij is van belang dat het slachtoffer herhaaldelijk de confrontatie op bleef zoeken en daardoor de dader en geweld niet uit de weg ging.

Kortom is de rechtbank van oordeel dat de dader voor 75% aansprakelijk is voor de door het slachtoffer geleden schade.

Conclusie

Deze zaak onderstreept dat slachtoffers van mishandeling in het civiele recht een sterke positie kunnen hebben bij het verhalen van schade. Zelfs wanneer er sprake is van een conflictsituatie of enige provocatie van de zijde van het slachtoffer, blijft het uitgangspunt dat buitensporig geweld niet wordt gerechtvaardigd.

De rechtbank maakt duidelijk dat een beroep op noodweer(exces) slechts in uitzonderlijke gevallen slaagt en dat de proportionaliteit van het gebruikte geweld daarbij doorslaggevend is. Ernstig geweld, zoals slaan en schoppen tegen het hoofd, zal niet snel als gerechtvaardigde zelfverdediging worden aangemerkt. Wel laat de toepassing van “eigen schuld” zien dat hun gedrag voorafgaand en tijdens het incident invloed kan hebben op de uiteindelijke hoogte van de vergoeding.

Al met al bevestigt deze zaak dat het civiele aansprakelijkheidsrecht een belangrijk instrument is voor slachtoffers om erkenning en compensatie te krijgen, terwijl tegelijkertijd een evenwicht wordt gezocht wanneer beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van de situatie.

Dit artikel is geschreven door
Edgar Mulders

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.