Verzekeringsrecht

De invloed van de Visual Artists Rights Act op de Nederlandse kunstverzekeringspraktijk

Edgar Mulders

7/6/26

De internationale kunstmarkt wordt gekenmerkt door twee parallelle ontwikkelingen. Enerzijds vertegenwoordigen kunstwerken steeds grotere financiële belangen. Anderzijds groeit wereldwijd de aandacht voor de morele rechten van kunstenaars. Die twee ontwikkelingen kunnen met elkaar botsen wanneer een verzekerd kunstwerk beschadigd raakt.
Voor Nederlandse kunstverzekeraars, musea, verzamelaars en kunsthandelaren is daarbij met name de Amerikaanse Visual Artists Rights Act (VARA) relevant. Deze federale wet verleent bepaalde levende kunstenaars vergaande bevoegdheden om zich te verzetten tegen wijzigingen, verminkingen of restauraties van hun werk. De vraag rijst welke gevolgen dat heeft voor de Nederlandse verzekeringspraktijk wanneer een beschadigd kunstwerk van een Amerikaanse kunstenaar moet worden hersteld.
De centrale conclusie is dat de VARA geen zelfstandig verzekerd belang creëert voor de kunstenaar, maar wel degelijk invloed kan uitoefenen op de omvang van de schade en daarmee op de financiële positie van verzekeraar en verzekerde.
De VARA: bescherming van de artistieke integriteit
De VARA werd in 1990 ingevoerd als Amerikaanse invulling van de morele rechten uit de Berner Conventie. De wet beoogt niet de economische belangen van kunstenaars te beschermen, maar hun persoonlijke band met het kunstwerk.
De wet kent twee kernrechten.
Het recht op naamsvermelding
Een kunstenaar mag zich verzetten tegen het verbinden van zijn of haar naam aan een gewijzigd of verminkt kunstwerk. Omgekeerd kan een kunstenaar weigeren nog als maker te worden vermeld wanneer een werk zodanig is gewijzigd dat het niet langer overeenstemt met de oorspronkelijke artistieke visie.
Het recht op integriteit
Daarnaast kan een kunstenaar zich verzetten tegen vervorming, verminking of andere wijzigingen die schadelijk zijn voor zijn of haar eer of reputatie.
Deze bescherming geldt uitsluitend voor bepaalde categorieën beeldende kunst en uitsluitend gedurende het leven van de kunstenaar. Bovendien geniet niet ieder kunstwerk bescherming. In geval van vernietiging geldt de bescherming alleen voor werken van zogenoemde recognized stature: kunstwerken die binnen de kunstwereld een erkende artistieke betekenis hebben.
Waarom is dit relevant voor verzekeraars?
De relevantie ontstaat zodra een verzekerd kunstwerk beschadigd raakt. Vanuit verzekeringsrechtelijk perspectief is de vraag doorgaans relatief eenvoudig: kan het werk worden hersteld en wat kost dat herstel?
Vanuit het perspectief van de kunstenaar kan dezelfde situatie fundamenteel anders worden beoordeeld. Een restauratie die technisch succesvol is, kan volgens de kunstenaar alsnog leiden tot aantasting van de artistieke integriteit van het werk. De kunstenaar kan vervolgens afstand nemen van het gerestaureerde werk of weigeren het nog als authentiek werk van zijn hand te erkennen.
Dat oordeel heeft vaak een directe invloed op de marktwaarde van het kunstwerk. Het gevolg is dat een restauratie die objectief geslaagd lijkt, economisch toch tot een aanzienlijke waardevermindering kan leiden.
De positie van de kunstenaar binnen het Nederlandse verzekeringsrecht
Naar Nederlands recht vormt het verzekerd belang het uitgangspunt van iedere schadeverzekering. Bij een zaakverzekering bestaat dat belang uit het vermogensrechtelijke belang van de verzekerde bij het behoud van de zaak.
De morele rechten van een kunstenaar kwalificeren niet als een dergelijk verzekerd belang. Zij hebben immers betrekking op persoonlijkheidsrechten en intellectuele eigendom en niet op een vermogensrechtelijk belang in het verzekerde object. Dat betekent dat de kunstenaar in beginsel geen partij is bij de verzekeringsovereenkomst en evenmin als verzekerde kan worden beschouwd, tenzij dit uitdrukkelijk is overeengekomen. De VARA verandert dat uitgangspunt niet.
Wel kan de uitoefening van VARA-rechten indirect invloed hebben op het verzekerd belang van de eigenaar van het kunstwerk. Wanneer een kunstenaar zich na restauratie van het werk distantieert, kan de marktwaarde van het kunstwerk substantieel dalen. Die waardevermindering raakt rechtstreeks het vermogen van de eigenaar en daarmee het verzekerde belang.
De juridische positie van de kunstenaar verandert dus niet, maar de economische gevolgen van diens optreden kunnen aanzienlijk zijn.
Invloed op schadevaststelling en totaal verlies
De grootste spanning tussen de VARA en het Nederlandse verzekeringsrecht ontstaat bij de schadevaststelling. Naar Nederlands recht is sprake van totaal verlies wanneer een zaak feitelijk verloren is gegaan of zodanig is beschadigd dat zij heeft opgehouden de verzekerde zaak te zijn. De beoordeling is primair objectief van aard. Een kunstenaar kan echter tot de conclusie komen dat een beschadigd kunstwerk artistiek gezien verloren is, terwijl restauratie technisch nog mogelijk is. Hier ontstaat een fundamenteel verschil tussen een kunsthistorisch oordeel en een verzekeringsrechtelijke beoordeling.
Een beroep van een kunstenaar op de VARA leidt daarom niet automatisch tot een totaalverliesverklaring in de zin van het Nederlandse verzekeringsrecht. De opvatting van de kunstenaar bepaalt niet zelfstandig de omvang van de verzekeringsuitkering.
Dat neemt niet weg dat de mening van de kunstenaar een belangrijke rol kan spelen bij de waardering van het kunstwerk na herstel. Indien de kunstenaar het werk niet langer erkent of zich publiekelijk van het werk distantieert, kan de resterende marktwaarde drastisch afnemen. Die waardevermindering vormt vervolgens een relevant onderdeel van de schade.
Juist op dat punt kan de VARA indirect aanzienlijke financiële gevolgen hebben.
Voortaxatie als instrument voor risicobeheersing
Voor kunstverzekeringen speelt voortaxatie traditioneel een belangrijke rol. Omdat unieke kunstwerken vaak geen objectieve vervangingswaarde kennen, wordt de waarde vooraf vastgesteld door partijen of deskundigen. Bij beschadiging ontstaat daardoor meer zekerheid over de omvang van de schade.
In het licht van de VARA verdient het aanbeveling om niet alleen de financiële waarde van het kunstwerk vooraf vast te stellen, maar ook de positie van de kunstenaar expliciet bij de waardering en eventuele restauratie te betrekken.
Dat biedt verschillende voordelen.
Ten eerste ontstaat meer duidelijkheid over de artistieke grenzen van een mogelijke restauratie.
Ten tweede kan het risico van waardeverlies als gevolg van een beroep op de VARA beter worden ingeschat.
Ten derde vermindert dit de kans op kostbare discussies nadat schade is ontstaan.
Voor verzekeraars betekent dit een beter voorspelbaar risicoprofiel. Voor verzamelaars en musea biedt het meer zekerheid over de uiteindelijke schadeafwikkeling.
Praktische aanbevelingen
Voor kunstverzekeraars die werken verzekeren van levende Amerikaanse kunstenaars zijn drie aanbevelingen van belang.
1. Betrek de kunstenaar vroegtijdig
Zodra sprake is van schade aan een werk waarop de VARA mogelijk van toepassing is, verdient het aanbeveling de kunstenaar direct bij het herstelproces te betrekken. Dat voorkomt dat restauratiebeslissingen achteraf worden aangevochten.
2. Besteed aandacht aan waardevermindering na restauratie
De vraag of herstel technisch mogelijk is, is niet voldoende. Ook moet worden onderzocht welke invloed de opvatting van de kunstenaar heeft op de marktwaarde van het werk na restauratie.
3. Integreer VARA-risico's in de taxatie en acceptatie
Het risico dat een kunstenaar zich beroept op zijn morele rechten dient onderdeel te zijn van de acceptatie- en taxatiefase. Dat maakt een realistischere premiestelling en reservering mogelijk.
Conclusie
De Visual Artists Rights Act maakt de kunstenaar geen partij bij de Nederlandse verzekeringsovereenkomst en creëert evenmin een zelfstandig verzekerd belang. Toch kan de wet aanzienlijke gevolgen hebben voor de schadeafwikkeling van kunstverzekeringen.
De kern van het probleem ligt niet in de juridische positie van de kunstenaar, maar in diens vermogen om de marktwaarde van een beschadigd kunstwerk te beïnvloeden. Een restauratie die technisch succesvol is, kan door een beroep op de VARA alsnog leiden tot substantiële waardevermindering.
Voor verzekeraars, musea en verzamelaars ligt de oplossing daarom niet in het negeren van de kunstenaar, maar juist in het vroegtijdig betrekken van diens visie bij taxatie, restauratie en schadevaststelling. Alleen dan kunnen de morele rechten van de kunstenaar en de uitgangspunten van het Nederlandse verzekeringsrecht op evenwichtige wijze met elkaar worden verenigd.
Dit artikel is geschreven door
Edgar Mulders

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.