De Klimaatzaak Bonaire
Dirk van der Wulp
15/4/26
.jpg)
Inleiding
Op 28 januari 2026 wees de rechtbank in Den Haag een vonnis in de zogenoemde Klimaatzaak Bonaire. Het vonnis is hier terug te lezen.
Waarging deze zaak over?
De procedure betrof een zogenoemde WAMCA-zaak waarin Stichting Greenpeace Nederland de Nederlandse Staat dagvaardde. Greenpeace trad hierbij op namens inwoners van Bonaire. Greenpeace stelde in de procedure allereerst dat de Nederlandse Staat te weinig maatregelen neemt om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarmee zouden de verplichtingen die de Staat heeft op grond van het EVRM en IVBPR worden geschonden. Ten tweede stelde Greenpeace dat de Staat de inwoners van Bonaire ook minder goed beschermt tegen klimaatverandering dan zij de bewoners van Europees Nederland beschermt. Dit is, zo stelde Greenpeace, onrechtmatig richting de bewoners van Bonaire. De vordering van Greenpeace was dan ook dat voor recht zou worden verklaard dat de Staat in strijd met diverse grondrechten handelt en dat de Staat hierom zou moeten worden veroordeeld om tijdig alle noodzakelijke maatregelen te nemen die nodigzijn om Bonaire en haar inwoners adequaat te beschermen, bijvoorbeeld door maatregelen te nemen die de jaarlijkse Nederlandse emissies zouden verminderen.
De Staat ontkende beide verwijten in de procedure en bestreed de vorderingen.
Het oordeel van de rechtbank
In een uitvoerig vonnis oordeelde de rechtbank, zeer verkort samengevat, het volgende:
- Bonaire was vanaf 1954 tot oktober 2010 onderdeel van de Nederlandse Antillen, dat toen als een afzonderlijk land binnen het Koninkrijk der Nederlanden bestond. Sinds 10 oktober 2010 is Bonaire onderdeel van het land Nederland;
- Bonaire is het grootste en meest zuidelijk gelegen eiland van Caribisch Nederland. Het heeft ongeveer 26.000 inwoners;
- In 2017 is al door het KNMI geconcludeerd dat Bonaire erg gevoelig is voor klimaatverandering en dat de koraalriffen op Bonaire worden bedreigd door zeespiegelstijging in combinatie met de verzuring en opwarming van de oceaan. De Universiteit Wageningen constateerde eveneens in 2017 dat de effecten van klimaatverandering voor de natuur en biodiversiteit van de eilanden, waaronder Bonaire, zeer ongunstig zullen zijn;
- Het KNMI heeft vier klimaatscenario’s voor Bonaire ontwikkeld. Hierbij is vooral van belang dat voor het laaggelegen Bonaire de stijging van de zeespiegel een bedreiging vormt. De bovengrens voor deze stijging bedraagt tot maximaal 3,4meter, wanneer de Antarctische ijskap instabiel zou worden. In het lageuitstootscenario wordt een zeespiegelstijging in 2050 van 14-34 cm verwacht;
- Het wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering op Bonaire geeft nog geen volledig beeld van de gevolgen die klimaatverandering voor de inwoners zal hebben. Duidelijk is wel dat Bonaire nu al negatieve gevolgen ondervindt van klimaatverandering en deze gevolgen in de toekomst zullen toenemen: de zeespiegel rondom Bonaire stijgt, de hitte neemt toe en er is meerkans op lange, droge periodes. Daarnaast neemt ook het risico op overstromingen door zwaardere (tropische) stormen en extreme neerslag op Bonaire toe, mede alsgevolg van klimaatverandering;
- Tussen Greenpeace en de Staat staat in deze procedure vast dat klimaatverandering negatieve gevolgen heeft voor de volksgezondheid op Bonaire. Te noemen zijn verhoogde risico’s op fysieke en mentale aandoeningen door hittestress en voedselonzekerheid en een toename van ziektes door vectoren (zoals muggen). Er is op Bonaire al sprake van armoede, een situatie waarin mensen extra kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering omdat zij zich niet kunnen wapenen tegen hitte, extreem weer en overstromingen. Klimaatverandering kan daarbij leiden tot meer armoede omdat de economie sterk afhankelijk is van toerisme: het behoud van de koraalriffen (waarnaar toeristen duiken) en de mangrovebossenis dan ook van groot belang;
- De natuur op de eilanden, waaronder Bonaire, verkeert momenteel in een matige tot zeer slechte staat. Er is sprake van invasieve soorten en loslopend vee en daarnaast is klimaatverandering een belangrijke bedreiging voor de mangrovebossen, het koraalrif en andere natuurlijke habitats;
- In deze zaak staat evenmin ter discussie dat de door de mens veroorzaakte klimaatverandering wereldwijd reële risico’s meebrengt voor de mens en dat deze risico’s zich op steeds meer plaatsen momenteel al verwezenlijken. In 2022 lag de wereldgemiddelde temperatuur al ca. 1,2 graden Celcius hoger dan in het pre-industriële tijdperk (1850-1900). De temperatuurstijging komt grotendeelsdoor de uitstoot van broeikasgassen door de mens, waarvan een groot deel de verbranding van fossiele brandstoffen betreft waarbij CO2 vrijkomt. Daarnaast zijn er broeikasgassen, zoals methaan, lachgas en andere fluorhoudende gassen;
- Aanhoudende klimaatverandering kan leiden tot klimaatomslagen, de zogenoemde tippingpoints. Wanneer een tipping point wordt bereikt zal het klimaat opdelen van de aarde abrupt ingrijpend veranderen, hetgeen levens, gezondheid,welzijn en de woonomgeving van velen kan bedreigen;
- Volgens wetenschappers zijn de negatieve gevolgen van klimaatverandering de afgelopen jaren extremer dan voorheen is ingeschat;
- Oorspronkelijk hebben de lidstaten van de VN (waaronder Nederland) zich verbonden om de mondiale temperatuurstijging te beperken tot ruim onder 2 graden Celcius en bijvoorkeur tot 1,5. De wereldgemiddelde temperatuur is inmiddels al ruim 1,2 van die 1,5 graden Celcius gestegen en de temperatuur stijgt steeds sneller verder. Bovendien blijkt dat landen tot nu toe minder maatregelen nemen dan eerder is toegezegd zodat een achterstand is opgelopen in het verminderen van de uitstoot. Daarom hebben de VN-lidstaten afgesproken dat de uitstoot van broeikasgassen sterker moet worden teruggedrongen;
- In diverse verdragen zijn verplichtingen vastgelegd door lidstaten om het klimaatsysteem te beschermen ten behoeve van huidige en toekomstige generaties en zijn concrete verplichtingen voor adaptatie en mitigatie vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn het VN-Klimaatverdrag (1992), het Kyoto-protocol(1997), het Cancún Adaptation Framework (2010), de Overeenkomst van Parijs(2016), het Glasgow Climate Pact (2020), het Sharm el-Sheikh ImplementationPlan (2022) en de United Arab Emirates Framework for Global Climate Resilience(2023). Ook is er allerlei Europese regelgeving over klimaatverandering totstand gekomen, zoals de European Green Deal uit 2019 en de Europese Klimaatwetuit 2021.
- Het EVRM en het IVBPR gelden voor het gehele Koninkrijk, dus ook voor Bonaire. De Europese Klimaatwet is niet van toepassing op Bonaire;
- Uit diverse onderzoeken blijkt dat Nederland de afgesproken klimaatdoelen vermoedelijk niet zal halen. Zo merkte de Raad van State in 2025 op dat Nederland wat het behalen van de klimaatdoelen betreft in grote lijnen bezien nauwelijks vooruitgang boekt om dichter bij het halen van de doelstellingen voor 2030 te komen;
- De Staat heeft zich richting Bonaire (met name vanaf 2020) verplicht om maatregelen tegen klimaatverandering te nemen. In 2023 is daarvoor een Klimaattafel opgezet;
- In 2015 is in de Urgendazaak al aan de rechter voorgelegd of de Nederlandse Staatverplicht is om de uitstoot van broeikasgassen vanaf Nederlandse bodem per eind 2020 met minstens 25% te verminderen ten opzichte van 1990. De Hoge Raad heeft in 2019 een hiervoor gegeven rechterlijk bevel in stand gelaten, waarbij artikel 2 en 8 EVRM als wettelijke basis is gehandhaafd;
- In de zaak die Greenpeace nu voorlegt wordt opnieuw getoetst of de Staat voldoet aan de verplichtingen tot bescherming van (in dit geval) de bewoners van Bonaire. Dat er maatregelen genomen moeten worden staat niet ter discussie: het gaat om de vraag of de Staat voldoende maatregelen neemt;
- De rechter moet zich in het algemeen bij dit soort vorderingen terughoudend opstellen en niet de taken van de wetgever en het bestuur overnemen. Een bevel richting de Staat kan wel gegeven worden als er sprake is van een ernstige (dreigende) schending van mensenrechten en het voldoende duidelijk is wat de Staat moet doen om die dreiging concreet af te wenden.
- Rechtspraak van het EHRM uit 2024 laat zien dat elke staat een eigen verantwoordelijkheid heeft om maatregelen tegen klimaatverandering te treffen. Die verantwoordelijkheid hangt niet af van wat andere staten doen of niet doen. In de uitspraak Klima Seniorinnen uit 2024 heeft het Europese Hof de eigen jurisprudentie op een rij gezet en toegespitst op het probleem van klimaatverandering. Nu het EHRM de hoogste rechter is met betrekking tot de uitleg van het EVRM zal de rechtbank dit kader tot uitgangspunt nemen in dezezaak.
Op grond van deze (en nog andere) overwegingen concludeerde de rechtbank dat er overtuigend wetenschappelijk bewijs is voor het bestaan van antropogene klimaatverandering en de schadelijke gevolgen daarvan (r.o. 10.8.2 – 10.14). Elke lidstaat is verantwoordelijk om maatregelen te nemen, zowel met betrekking tot mitigatie (beperkingen van uitstoot door concrete maatregelen te nemen) als adaptatie. De rechtbank toetste de vorderingen van Greenpeace vervolgens aan art. 8 en 14 EVRM en niet aan art. 2 EVRM omdat artikel 2 zich enkel uitstrekt over heel acute bedreigingen van het leven van burgers. Op grond van art. 8 EVRM heeft de Staat, aldus de rechtbank, concrete verplichtingen. Wat betreft mitigatiemaatregelen oordeelde de rechtbank dat de Nederlandse regelgeving op dit punt in het verleden niet voldeed aan de minimumnormen die in VN-verband zijn overeengekomen. Dit geldt ook voor de huidige regelgeving. Zo is afgesproken dat Nederland uiterlijk in 2050 koolstofneutraal moet zijn, terwijl de Nederlandse Klimaatwet uit 2023 geen tussentijdse absolute emissiereductiedoelen voor de gehele economie heeft opgenomen, terwijl dit in de Europese Klimaatwet voor 2030 wel bindend is voorgeschreven.
Ten aanzien van de adaptatiemaatregelen blijkt ook dat het klimaatbeleid van de Staat ten aanzien van Bonaire in het verleden belangrijke tekortkomingen kende maar het door de recent vanuit de Staat ingezette acties wellicht nog mogelijk is om de hiervoor geldende doelen alsnog te halen. Echter, de Staat heeft voor Bonaire ten onrechte nog steeds geen integraal klimaatadaptatiebeleid of klimaatadaptatieplan terwijl al ruim dertig jaar bekend is dat het eiland bijzonder kwetsbaar is voor de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Ook het onderzoek naar de concrete gevolgen voor Bonaire met betrekking tot het verloop van klimaatverandering is nog onvoldoende, aldus de rechtbank. Juist omdat de omstandigheden in Bonaire dusdanig zijn dat daar snelle grotere klimaatrisico’s worden verwacht dient er richting Bonaire bij de Staat een nog grotere urgentie te zijn bij het opstellen en implementeren van een coherent en integraal klimaatadaptatiebeleid voor Bonaire, aldus de rechtbank.
Op grond van dit alles kwam de rechtbank tot de conclusie dat de Staat richting de inwoners van Bonaire op grond van art. 8 en 14 EVRM onrechtmatig handelt omdat zij niet voldoet aan de in die artikelen opgenomen positieve verplichtingen. De Staat kreeg van de rechtbank dan ook het bevel opgelegd om binnen 18 maanden na het vonnis in elk geval absolute emissiereductiedoelen voor de gehele economie op te stellen, zoals bedoeld in de Overeenkomst van Parijs. Ook diende de Staat een nationaal adaptatieplan op te stellen dat ook Bonaire beslaat zodat de in de United Arab Emirates Framework for Climate Resilience geformuleerde doelen in 2030 gehaald zouden worden.
Tot slot
Deze uitspraak sluit aan bij een inmiddels aanzienlijke hoeveelheid jurisprudentie van Nederlandse, Europese en internationale aard waarbij de bescherming van fundamentele mensenrechten door de Staat in het klimaatvraagstuk wordt betrokken. Het valt goed te begrijpen dat de rechtbank de Staat in deze zaak verplicht om de inwoners van Bonaire beter te beschermen dan tot nu toe is gebeurd, gezien de grotere risico’s die zij lopen én het feit dat de Staat de inwoners op Bonaire ongelijk heeft behandeld door in plaats van meer, juist minder maatregelen te nemen dan in de situatie voor Europese Nederlanders, hetgeen strijd oplevert met het verbod op discriminatie uit artikel 14 EVRM. Nu de rechtbank aanknoopt bij jurisprudentie van het Europese Hof (Klima Seniorinnen) zal het oordeel over de onrechtmatigheid vermoedelijk in stand blijven.
Het opmerkelijke in dit vonnis zit dus niet in de geconstateerde onrechtmatigheid, maar in de bevelen die aan de Staat worden opgelegd. Enerzijds benoemt de rechtbank hierbij namelijk (terecht) de grote terughoudendheid voor het opleggen van concrete maatregelen gezien de trias politica en de ruime beleidsvrijheid voor de Staat. Anderzijds neigt het door de rechtbank gegeven bevel naar een (enkel door te politiek te nemen) wetgevingsbevel. Dit omdat de Staat de verplichting krijgt opgelegd om binnen achttien maanden absolute emissie reductiedoeleinden voor de gehele economie op te nemen in de wet. Daarmee blijven dit soort procedures wat moeizame noodmaatregelen in de onwenselijke (en zelfs onrechtmatige) situatie waarbij staten door henzelf overeengekomen verplichtingen om klimaatverandering tegen te gaan volstrekt onvoldoende blijven naleven en daarmee, in dit geval, de bewoners van Bonaire onvoldoende beschermen tegen de (toenemende) gevolgen van klimaatverandering.
Op het moment van het schrijven van dit blog (april 2026) werd door minister VanVeldhoven (Klimaat) bekend gemaakt dat de Staat hoger beroep tegen het vonnis in deze zaak heeft ingesteld bij het Gerechtshof in Den Haag, al moet de Staat gezien de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring in de tussentijd al wel met de uitvoering van het vonnis aan de slag. Wordt dus vervolgd.
Heeft u vragen over deze uitspraak?Neem dan contact met ons op via info@jba.nl.



