Algemeen

Fietser onderuit door hond: rechtbank legt aansprakelijkheid bij uitlaatster

Mozes Ndongala

20/5/26

De rechtbank Oost-Brabant heeft zich op 21 april 2026 uitgesproken over de aansprakelijkheid van een hondenbezitter na een ongeval op een fietspad. Centraal stond de vraag of het laten lopen van een hond op een vrijliggend fietspad in de gegeven omstandigheden als gevaarzettend handelen moet worden aangemerkt in de zin van artikel 6:162 BW.
Feiten
Verzoeker is betrokken geraakt bij een ongeval op een vrijliggend fietspad. Tijdens het incident liep een hond op het fietspad, waardoor een situatie ontstond waarin een botsing of uitwijkmanoeuvre noodzakelijk werd. Verzoeker stelt daardoor letsel te hebben opgelopen en dat de uitlaatster van de hond aansprakelijk is voor de schade. Tussen partijen is geen overeenstemming bereikt over de aansprakelijkheid, waardoor de zaak in een deelgeschil aan de rechtbank wordt voorgelegd.
Juridisch kader
Daarbij moet een afweging worden gemaakt aan de hand van de zogenoemde Kelderluikfactoren.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar:
- de mate van waarschijnlijkheid dat weggebruikers onvoldoende oplettend of onvoorzichtig zijn;
- de kans dat daardoor ongevallen ontstaan;
- de ernst van de mogelijke gevolgen;
- en de mate waarin bezwaarlijke of eenvoudige veiligheidsmaatregelen hadden kunnen worden genomen om het gevaar te beperken.
Op basis van deze factoren wordt beoordeeld of sprake is van een onrechtmatige gevaarzetting in de zin van artikel 6:162 BW. Van onrechtmatigheid kan sprake zijn wanneer een situatie wordt gecreëerd of in stand gelaten die een voorzienbaar en aanzienlijk risico op schade voor anderen meebrengt, terwijl dit risico redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden door het treffen van maatregelen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de begeleider van de hond een gevaarzettende situatie heeft gecreëerd door de hond op het fietspad te laten komen of onvoldoende te controleren.
Het fietspad was bestemd voor fietsers en niet voor loslopende dieren. Door de aanwezigheid van de hond ontstond een situatie waarin tegemoetkomende fietsers onverwacht moesten uitwijken of remmen. Gelet op de aard van het fietspad en de snelheid waarmee daar doorgaans wordt gereden, is de kans op een ongeval aanzienlijk.
De rechtbank acht bovendien van belang dat van fietsers op dit type infrastructuur weliswaar oplettendheid mag worden verwacht, maar dat de aanwezigheid van een hond een extra en niet te verwaarlozen risico introduceert. De begeleider had dit risico eenvoudig kunnen beperken door de hond onder controle te houden. Daarmee is voldaan aan de maatstaf van gevaarzetting en wordt de gedraging als onrechtmatig aangemerkt.
De rechtbank verklaart voor recht dat de uitlaatster van de hond aansprakelijk is voor het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade. Tevens wordt geoordeeld dat in beginsel de schade dient te worden vergoed, waarbij eventuele eigen schuld van verzoeker in een latere schadestaatprocedure kan worden beoordeeld.
Conclusie
Deze uitspraak bevestigt dat ook ogenschijnlijk alledaagse situatie, zoals het uitlaten van een hond, onder het bereik van art. 6:162 BW kunnen vallen wanneer een voorzienbaar verkeersrisico wordt gecreëerd. De rechtbank past het Kelderluik-criterium strikt toe en benadrukt de verantwoordelijkheid voor begeleiders van dieren in het publieke verkeer.
Heeft u vragen over dit onderwerp?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via telefoonnummer 073 - 690 08 88 of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.
Dit artikel is geschreven door
Mozes Ndongala

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.