Whiplash

Gebondenheid tweezijdige expertise en causaal verband bij whiplashachtige klachten

Een kettingbotsing in 2016 met volgens de verzekeraar lage impact, een breed scala aan whiplashachtige klachten met volledige arbeidsongeschiktheid tot gevolg en een tweezijdige expertise waaraan de verzekeraar zich niet wil conformeren. De rechtbank Den Haag boog zich in een deelgeschilprocedure over deze zaak en deed op 3 juli 2026 uitspraak. De beschikking werd op 21 juli 2026 gepubliceerd en kan hier worden nagelezen.

De zaak in een notendop

Op 2 november 2016 raakt verzoekster, werkzaam als apotheker, betrokken bij een kettingbotsing op een N-weg wanneer zij stilstaat voor een rotonde. De aansprakelijkheid wordt door Delta Lloyd, de rechtsvoorganger van Nationale-Nederlanden, erkend.

Verzoekster wordt na het ongeval per ambulance overgebracht naar de spoedeisende hulp. In het verslag van de spoedeisende hulp wordt vermeld dat er sprake is van toegenomen pijn in de nek bij een reeds bestaande nekhernia en pijn in de bovenrug. Ook draagt verzoekster een zonnebril omdat ze niet goed tegen het licht kan.

Verzoekster ontwikkelt een breed klachtenpatroon, waaronder aanhoudende extreme gevoeligheid voor licht, geluid, beweging en aanraking, hoofdpijn, nekpijn, misselijkheid, duizeligheid, extreme vermoeidheid en cognitieve stoornissen. Ze raakt volledig arbeidsongeschikt.

Op een later gemaakte CT-scan en MRI-scan worden geen afwijkingen gevonden. Verzoekster stelt zich onder behandeling van een fysiotherapeut en later ergotherapeut. Er volgt ook een revalidatietraject.

Een door het UWV ingeschakelde psychiater in het kader van de WIA-aanvraag spreekt over een functioneel-neurologisch- syndroom (FNS). Een klinisch psycholoog en psychotherapeut komen na onderzoek tot de conclusie dat bij verzoekster de hersenactiviteit significant verlaagd is ten opzichte van haar leeftijdsgroep. Er zou sprake zijn van traumatisch hersenletsel dat niet zichtbaar is op een CT-scan en MRI-scan. Een volgend neuropsychologisch onderzoek toont geen cognitieve stoornissen, maar uit een functioneel MRI-onderzoek in de Verenigde Staten volgt dat in vier gebieden in de hersenen significante afwijkingen zijn gevonden. Onderzoekers concluderen dat de klachten een gevolg kunnen zijn van het ongeval.

Gezamenlijke expertise

Op verzoek van beide partijen vindt een neurologische expertise plaats. In het rapport van 27 januari 2021 concludeert de deskundige dat de klachten het gevolg zijn van een hyperextensietrauma van de cervicale wervelkolom en licht traumatisch hersenletsel, resulterend in een whiplash associated disorder (type 1) en een functioneel-neurologische-systeemstoornis (FNS). Volgens de deskundige zijn de pre-existente klachten restloos genezen. Omdat er geen afwijkingen zijn gevonden bij neurologisch onderzoek, komt de deskundige tot de conclusie dat er geen percentage functionele invaliditeit kan worden aangenomen.

Nationale-Nederlanden blijft zich nadien op het standpunt stellen geen causaal verband te zien tussen de klachten en het ongeval. Zij stelt dit naar aanleiding van het advies van haar medisch adviseur van 6 maart 2021, een door Nationale-Nederlanden ingeschakelde verzekeringsarts en een analyse van Ongevallen Analyse Nederland, waaruit een Delta-v van circa 7 tot 11 km/uur blijkt met de achterligger van verzoekster en een Delta-v van circa 4 tot 9 km/uur bij het doordrukken op haar voorligger.

Het standpunt van Nationale-Nederlanden is voor verzoekster aanleiding om een deelgeschil te starten.

Deelgeschil

Verzoekster vraagt de rechtbank voor recht te verklaren dat de in het verzoekschrift opgenomen symptomen en klachten een gevolg zijn van het ongeval op 2 november 2016 en dat deze symptomen en klachten leiden tot beperkingen, waardoor ze volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is geraakt.

Gezamenlijke expertise

De rechtbank stelt voorop dat partijen in beginsel gebonden zijn aan de inhoud van een door hen gezamenlijk ingeschakeld deskundigenrapport. Dat is slechts anders bij zwaarwegende en steekhoudende bezwaren, bijvoorbeeld als de rapportage niet voldoet aan eisen van onpartijdigheid, consistentie, inzichtelijkheid of logica.

Nationale-Nederlanden voert drie bezwaren aan:

1. De conclusies van de deskundige zouden (mede) berusten op aantoonbaar onjuiste anamnetische mededelingen van de vrouw over bewusteloosheid en geheugenverlies;

2. De geweldsinwerking bij het ongeval was te gering — onderbouwd met een delta v-onderzoek van Ongevallen Analyse Nederland (OAN);

3. De deskundige heeft de diagnose FNS niet zelfstandig gesteld, maar slechts overgenomen van een psychiater, in strijd met de WMSR-richtlijnen.

De rechtbank gaat echter niet meer in de verweren van Nationale-Nederlanden. De rechtbank stelt vast dat de deskundige ook andere medische stukken in zijn beoordeling heeft betrokken, maar dat Nationale-Nederlanden speculeert wanneer zij stelt dat de conclusies uitsluitend op de betwiste anamnese berusten. Dit bezwaar mist volgens de rechtbank feitelijke grondslag.

Het OAN-rapport is volgens de rechtbank opgesteld op basis van foto's van slechte kwaliteit en een beperkt expertiserapport over schade aan één van de betrokken voertuigen. Over cruciale gegevens, zoals rijsnelheden en onderlinge afstanden, bestond te veel onduidelijkheid. De rechtbank oordeelt daarom dat dit rapport onvoldoende betrouwbaar is om te concluderen dat het een lage-snelheidsongeval betrof dat de klachten niet kan veroorzaken.

Voor wat betreft de FNS concludeert de rechtbank dat de aangehaalde passage uit het rapport laat zien dat de deskundige zich uitdrukkelijk onvoldoende deskundig achtte om zelfstandig over FNS te oordelen. Hij nam de bevindingen van de psychiater als uitgangspunt en trok daaruit een logische gevolgtrekking. Dat is volgens de rechtbank géén schending van de WMSR-richtlijnen: die verbieden slechts dat een deskundige beperkingen vaststelt die niet op zijn vakgebied liggen, en dat deed hij niet.

De rechtbank voegt hier nog het volgende aan toe. Toen het conceptrapport van de deskundige werd toegezonden, had de medisch adviseur van Nationale-Nederlanden geen aanleiding gezien om vragen te stellen. Later, nadat de uitkomsten tegen bleken te vallen, voert Nationale-Nederlanden alsnog inhoudelijke bezwaren aan en laat zij een Delta v-onderzoek uitvoeren. De rechtbank is helder: dat is te laat. Wie in het kader van een gezamenlijke expertise nalaat om aanvullende vragen te stellen of nader onderzoek te vragen, kan dat achteraf niet meer repareren door in de deelgeschilprocedure nieuwe bezwaren op te werpen. Van een redelijk handelend verzekeraar mag worden verwacht dat zij zich onder die omstandigheden conformeert aan het rapport.

Causaal verband

De rechtbank is van oordeel dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij voorafgaand aan het ongeval niet de gestelde klachten had, dat de klachten door het ongeval kunnen zijn veroorzaakt en dat een alternatieve verklaring voor de klachten ontbreekt. Verzoekster had weliswaar een nekhernia in 2011, maar die was volledig hersteld en niet actief ten tijde van het ongeval. De huisarts bevestigde dat er in de twee jaar vóór het accident slechts tweemaal contact was geweest over andersoortige klachten. Een consistent, consequent en samenhangend klachtenpatroon volgt uit het uitgebreide medische dossier. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat alle genoemde klachten aan het ongeval zijn toe te rekenen.

Het verzoek om ook vast te stellen dat verzoekster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, wijst de rechtbank af. Daarvoor ontbreekt een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek en het is niet aan de rechtbank om zonder dergelijk onderzoek vast te stellen dat de symptomen en klachten leiden tot beperkingen die tot gevolg hebben dat verzoekster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Ook in het geval dit gevolg wel voor de hand ligt.

Conclusie

Concluderend volgt uit deze uitspraak dat een gezamenlijk deskundigenrapport juridisch zwaarwegend is. Achteraf ingevoerd eigen onderzoek (zoals een Delta-v-analyse) dat de deskundige niet heeft kunnen betrekken, heeft weinig waarde als er geen zwaarwegende bezwaren zijn tegen de totstandkoming van het rapport. Ten aanzien van het causaal verband bij whiplashachtige klachten volgt de rechtbank de heersende leer en oordeelt dat het ontbreken van medische objectiveerbaarheid niet in de weg staat aan het aannemen van juridische causaliteit, zolang het klachtenpatroon consistent, consequent en samenhangend is.

Contact

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze blog, neem dan vooral contact met ons op. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of via info@jba.nl.

Dit artikel is geschreven door
Paulien Gossens

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Bewijs

Letselschade­specialisten waar je op kunt bouwen

12.000+

Tevreden klanten


Dé letselschadespecialist van Zuid-Nederland.

12.000+

Zaken

Ruime ervaring met verkeersongevallen en bedrijfsletsel.

9.4

Op Trustoo

"JBA heeft ons dossier buitengewoon goed en effectief afgehandeld."

Gespecialiseerd en gecertificeerd

De advocaten van JBA zijn specialisten. Het kantoor is aangesloten bij het Keurmerk Letselschade.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.