
Op 23 juli 2026 oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland over de vraag of de eigenaar van een hond aansprakelijk is voor de schade van een fietser die ten val kwam nadat de hond plotseling het fietspad overstak. U kunt hier de uitspraak teruglezen.
Wat is er gebeurd?
Op 19 augustus 2025 fietste een man op een fietspad in het bos. Verweerster liep daar met haar niet-aangelijnde hond. De hond stak op enig moment het fietspad over. Volgens de fietser schrok hij hiervan, waardoor hij hard moest remmen en ten val kwam. Als gevolg van de val heeft hij letsel opgelopen.
De fietser stelt dat verweerster, als bezitter van de hond, aansprakelijk is voor de schade die hij door het ongeval heeft geleden. Hij baseert zijn verzoek primair op artikel 6:179 BW, waarin de risicoaansprakelijkheid voor dieren is geregeld.
De man vraagt de rechtbank in het deelgeschil om een verklaring voor recht dat de hondenbezitter aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. Daarnaast vraagt hij om een voorschot van € 15.000,00 op de door hem geleden schade.
De hondenbezitter is het daar niet mee eens. Zij betwist dat zij aansprakelijk is voor het ongeval en stelt dat de verzoeker zelf schuld heeft aan zijn val. Volgens haar fietste de man met hoge snelheid, was het een overzichtelijke kruising en heeft hij de hond en haar kennelijk over het hoofd gezien. Ook stelt zij dat de hond al was doorgelopen voordat de fietser ten val kwam.
De rechtbank moet daarom beoordelen of verweerster aansprakelijk is voor het ongeval en of sprake is van eigen schuld aan de zijde van de fietser.
De beoordeling
De fietser baseert zijn verzoek op artikel 6:179 BW. Op grond van dit artikel is de bezitter van een dier aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade, tenzij aansprakelijkheid zou hebben ontbroken als de bezitter de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad.
De grondslag van deze aansprakelijkheid ligt in het gevaar dat schuilt in de eigen energie van een dier en het onberekenbare element dat daarin is gelegen. Het gaat dus om een risicoaansprakelijkheid. De bezitter van een dier kan onder omstandigheden aansprakelijk zijn voor schade die door het dier wordt veroorzaakt, ook als hem persoonlijk geen verwijt kan worden gemaakt.
In deze zaak staat vast dat de hond van verweerster het fietspad is overgestoken op het moment dat de man daar fietste. De man heeft gesteld dat hij daardoor plotseling moest remmen en ten val is gekomen.
De rechtbank hecht daarbij veel waarde aan de Whatsapp-berichten die partijen kort na het ongeval met elkaar hebben uitgewisseld. De fietser had daarin de toedracht van het ongeval beschreven. Hij schreef dat de hond vanuit het bospad het fietspad op rende, waardoor hij plotseling moest remmen en hard viel. De hondenbezitter heeft hierop gereageerd met “Klopt”.
Ook de advocaat van de hondenbezitter heeft de toedracht in een later e-mailbericht gedeeltelijk bevestigd. In dat bericht staat dat de hond van verweerster het fietspad kruiste en dat de fietser door de hond zou zijn geschrokken en ten val is gekomen.
Volgens de rechtbank is daarmee voldoende komen vast te staan dat de hond, kort voordat de man passeerde, het fietspad is overgestoken. De man heeft hierdoor hard moeten remmen en is vervolgens ten val gekomen.
De rechtbank oordeelt dat de eigen, onberekenbare gedraging van de hond, namelijk het plotseling oversteken van het fietspad, direct heeft geleid tot de val van de fietser. Het risico daarvan komt op grond van artikel 6:179 BW voor rekening van verweerster als eigenaar van de hond. Dat de fietser en de hond elkaar niet daadwerkelijk hebben geraakt, maakt volgens de rechtbank geen verschil. Het is voldoende dat de gedraging van de hond heeft geleid tot de val van de man.
De rechtbank verklaart daarom voor recht dat de hondenbezitter aansprakelijk is voor het ongeval en gehouden is de daaruit voortvloeiende materiële en immateriële schade van de fietser te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Geen oordeel over eigen schuld
De hondenbezitter stelt dat de fietser zelf schuld heeft aan het ongeval. Volgens haar fietste hij te hard en was hij onvoldoende oplettend. Ook noemt zij als mogelijke oorzaken een stuurfout, de staat van de fiets of de remmen, of een combinatie van deze factoren. De fietser betwist dit en stelt dat het ongeval uitsluitend is veroorzaakt door de onverwachte gedraging van de hond.
De rechtbank stelt vast dat partijen hierover lijnrecht tegenover elkaar staan. Voor de beoordeling van het beroep op eigen schuld is daarom nadere bewijslevering nodig. De rechtbank kan in een deelgeschilprocedure echter geen ruimte bieden voor een uitgebreide bewijslevering. Dat past niet bij het doel van de deelgeschilprocedure, die juist eenvoudig, snel en kostenefficiënt moet zijn.
Het beroep op eigen schuld wordt daarom in dit deelgeschil niet inhoudelijk beoordeeld. Het tegenverzoek van de hondenbezitter, waarin zij vraagt om haar schadevergoedingsplicht geheel of gedeeltelijk te laten vervallen vanwege eigen schuld van de fietser, wordt afgewezen.
De rechtbank merkt daarbij wel op dat partijen in het verdere onderhandelingstraject kunnen proberen om ook over dit punt overeenstemming te bereiken. Als dat niet lukt, kunnen zij hierover eventueel procederen in een bodemprocedure, waarin wel ruimte is voor nadere bewijslevering.
Geen voorschot van € 15.000,00
De fietser had naast de verklaring voor recht ook gevraagd om een voorschot van € 15.000,00 op de schadevergoeding.
Hoewel de rechtbank de aansprakelijkheid van de hondenbezitter vaststelt, wordt dit verzoek afgewezen. De reden daarvoor is dat op dit moment nog niet duidelijk is of sprake is van eigen schuld aan de zijde van de fietser en, zo ja, in welke mate.
Zolang hierover nog onzekerheid bestaat, vindt de rechtbank het niet aangewezen om alvast een voorschot op de schadevergoeding vast te stellen. Het verzoek om een voorschot van € 15.000,00 wordt daarom afgewezen.
Conclusie
De rechtbank komt in deze zaak tot de conclusie dat de eigenaar van de hond aansprakelijk is voor het ongeval van de fietser. De hond stak plotseling het fietspad over, waardoor de fietser moest remmen en ten val kwam. Op grond van artikel 6:179 BW komt het risico van deze gedraging van de hond voor rekening van de eigenaar.
Dat de fietser en de hond elkaar niet daadwerkelijk hebben geraakt, maakt daarbij geen verschil. De gedraging van de hond heeft volgens de rechtbank direct geleid tot de val en daarmee tot het letsel van de fietser. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat de eigenaar van de hond aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade van de fietser.
Het beroep op eigen schuld wordt in het deelgeschil niet beoordeeld, omdat daarvoor nadere bewijslevering nodig is. Om dezelfde reden krijgt de fietser ook nog geen voorschot van € 15.000,00 op zijn schadevergoeding. De aansprakelijkheid van de eigenaar van de hond staat dus vast, maar er moet nog worden vastgesteld of en in hoeverre de schadevergoeding mogelijk wordt verminderd vanwege eigen schuld aan de zijde van de fietser.
Heeft u vragen over dit onderwerp?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.



