
De rechtbank Gelderland heeft zich op 4 maart 2026 uitgesproken over de aansprakelijkheid na een geweldsincident waarbij meerdere personen betrokken waren. In de procedure stond centraal of deelnemers aan een vechtpartij ook aansprakelijk kunnen worden gehouden voor schade die zij niet persoonlijk hebben veroorzaakt. De uitspraak is op 25 augustus 2026 gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.
Wat is er gebeurd?
Op 2 april 2017 werden twee mannen slachtoffer van openlijke geweldpleging. Daarbij liepen zij letsel op waarvoor medische behandelingen noodzakelijk waren. Eén van de slachtoffers liep onder meer ernstig gebitsletsel op waarbij meerdere tanden verloren gingen.
In de daaropvolgende strafprocedure werden vier verdachten veroordeeld voor het openlijk in vereniging plegen van geweld. Eén van hen werd daarnaast afzonderlijk veroordeeld voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan één van de slachtoffers. Ook werden schadevergoedingen aan de slachtoffers toegewezen.
De medische kosten van de slachtoffers waren echter grotendeels vergoed door hun zorgverzekeraar CZ. Vervolgens stelde CZ de betrokken verdachten aansprakelijk voor deze zorgkosten en vorderde zij vergoeding van de uitgekeerde bedragen.
Het geschil
De verzekeraar stelde zich op het standpunt dat de betrokkenen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die als gevolg van het geweldsincident is ontstaan. Volgens CZ was sprake van groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 BW.
Twee van de gedaagden waren het daar niet mee eens. Zij voerden aan dat zij weliswaar strafrechtelijk waren veroordeeld voor openlijke geweldpleging, maar dat dit niet automatisch betekent dat zij ook civielrechtelijk aansprakelijk zijn voor alle schade. Volgens hen hadden zij niet gezamenlijk opgetreden en was juist één van de andere betrokkenen verantwoordelijk voor het zwaarste letsel. Ook deden zij een beroep op noodweer en stelden zij dat de vorderingen van CZ inmiddels waren verjaard.
Het oordeel van de rechtbank
De kantonrechter verwerpt allereerst het beroep op verjaring. Uit de stukken bleek dat de zorgverzekeraar gedurende meerdere jaren betalingsherinneringen en aanmaningen had verstuurd. Daarmee was de verjaring tijdig gestuit.
Vervolgens gaat de rechtbank in op de vraag of sprake is van groepsaansprakelijkheid. Volgens de kantonrechter moet groot gewicht worden toegekend aan de eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling levert in een civiele procedure namelijk dwingend bewijs op van de bewezenverklaarde feiten. In dit geval stond daardoor vast dat de betrokkenen zich schuldig hadden gemaakt aan openlijk geweld in vereniging.
De gedaagden probeerden dit te weerleggen door te stellen dat geen sprake was van een bewust gezamenlijk optreden. Volgens de rechtbank slaagden zij daar echter niet in. Uit de strafdossiers en verklaringen bleek juist dat de betrokkenen gezamenlijk optraden tijdens de vechtpartij en elkaar daarbij ondersteunden. De rechtbank wees erop dat voor groepsaansprakelijkheid niet vereist is dat iedere deelnemer zelf letsel heeft toegebracht. Voldoende is dat sprake is van een gezamenlijk optreden waarbij een reële kans bestaat dat schade ontstaat.
Dat uiteindelijk slechts één van de betrokkenen verantwoordelijk was voor het ernstige gebitsletsel maakt dit volgens de rechtbank niet anders. Ook de overige deelnemers kunnen op grond van artikel 6:166 BW aansprakelijk worden gehouden voor de schade die uit het groepsoptreden is voortgevloeid.
Het beroep op noodweer wordt eveneens afgewezen. Hoewel aannemelijk was dat aan het incident een conflict voorafging, oordeelt de rechtbank dat de betrokkenen voldoende mogelijkheden hadden om zich aan de situatie te onttrekken. Van een noodzakelijke verdediging was daarom geen sprake.
De schade nog niet definitief vastgesteld
Hoewel de rechtbank oordeelt dat sprake is van groepsaansprakelijkheid, betekent dit nog niet dat de gevorderde schade direct volledig wordt toegewezen.
De gedaagden hadden namelijk ook aangevoerd dat niet duidelijk was of alle opgevoerde medische kosten daadwerkelijk verband hielden met het geweldsincident. De rechtbank constateert dat sommige kostenposten hiervoor voldoende aanwijzingen bevatten, maar dat dit voor andere behandelingen minder duidelijk is. Daarom krijgt CZ eerst de gelegenheid om het causaal verband tussen de verschillende medische behandelingen en het geweldsincident nader toe te lichten. De definitieve beslissing over de hoogte van de schade wordt daarom aangehouden.
Conclusie
Deze uitspraak laat zien dat deelnemers aan een geweldsincident niet alleen aansprakelijk kunnen zijn voor hun eigen handelen. Wie bewust deelneemt aan een groep die gezamenlijk geweld gebruikt, loopt het risico aansprakelijk te worden gehouden voor de volledige schade die daardoor ontstaat.
Voor slachtoffers is dat van groot belang. Juist in situaties waarin niet precies kan worden vastgesteld wie welk letsel heeft veroorzaakt, biedt de regeling van groepsaansprakelijkheid een belangrijke bescherming. Een slachtoffer hoeft dan niet telkens te bewijzen welke specifieke deelnemer verantwoordelijk was voor een bepaald onderdeel van de schade.
Heeft u vragen over groepsaansprakelijkheid of over het verhalen van schade na een geweldsincident?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dit kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.



