Smartengeld is een vergoeding voor pijn, leed, ongemak, verdriet en gederfd levensvreugde. Het is dus een vergoeding voor aspecten die eigenlijk niet in geld zijn uit te drukken. Hoe hangt men een prijskaartje aan de hoeveelheid pijn die iemand lijdt?
Begrip billijkheid
Op grond van artikel 6:106 lid 1 BW heeft een slachtoffer recht op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding (smartengeld). Billijkheid is natuurlijk een niet duidelijk gedefinieerd begrip. Wat voor de één billijk is, is dat voor een ander niet. Daarom moeten er meer factoren zijn die de billijkheid inkleden. Er wordt daarom rekening gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en de ernst van het letsel, maar ook de leeftijd van en de gevolgen voor het slachtoffer.
Vaststellen smartengeld op de oude wijze
Bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld werd voorheen aansluiting gezocht bij bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn waren toegekend. Deze zaken werden opgezocht in de Smartengeldgids. Deze gids bevat rechterlijke uitspraken waarin smartengeld is toegekend, waarbij de advocaat kan zoeken op type letsels, soort oorzaak van het letsel en de leeftijd van het slachtoffer. Door aansluiting te zoeken bij een uitspraak met vergelijkbaar letsel kan het smartengeld naar billijkheid worden bepaald.
Vaststellen smartengeld op de nieuwe wijze
Dit systeem kon tot veel verschillende uitkomsten leiden. Op 9 september 2025 is daarom een nieuw document gepresenteerd, die noemt men de Rotterdamse Schaal. Dit document is een hulpmiddel om de hoogte van smartengeld vast te stellen. De Rotterdamse Schaal heeft als doel om smartengeldbedragen op gestructureerde wijze in kaart te brengen, door per type letsel de ernst van het geval te koppelen aan een bijbehorende bandbreedte met vaste bedragen. De schaal biedt in één oogopslag een indicatie voor een passend smartengeldbedrag.
De Rotterdamse Schaal kent verschillende categorieën van type letsel, waaronder - niet limitatief - hersenletsel, orthopedisch letsel (zoals nek-, rug-, en schouderletsel), gezichtsletsel en geestelijk letsel.
Voorbeeld smartengeld op de nieuwe wijze
Als voorbeeld wordt hier de categorie orthopedisch letsel, meer specifiek rugletsel, gebruikt.
Deze categorie wordt onderverdeeld in (a) zeer ernstig rugletsel, (b) middelzwaar rugletsel en (c) gering rugletsel. Vervolgens zijn deze categorieën weer opgesplitst in verschillende subcategorieën van letsel. Voor iedere subcategorie wordt een bandbreedte aan smartengeldbedragen genoemd. Zo wordt voor middelzwaar rugletsel, subcategorie I, een bandbreedte gehanteerd van € 19.000,00 tot € 26.000,00.
Factoren die van belang zijn bij de vaststelling van de hoogte van het smartengeld binnen deze bandbreedte zijn onder meer de leeftijd van het slachtoffer, de duur van het letsel, de mate van pijn, de prognose en eventuele psychische gevolgen.
In de praktijk wordt de Rotterdamse Schaal door rechters al regelmatig als uitgangspunt gebruikt bij de begroting van smartengeld.
Conclusie
Bij het begroten van het smartengeld moet naar alle omstandigheden van het geval worden gekeken. Dat geeft natuurlijk weinig aanknopingspunten. Daarom werd eerst gekeken naar soortgelijke gevallen. Nu hanteren wij de Rotterdamse Schaal. Met de Rotterdamse Schaal proberen we vooral naar objectieve factoren te kijken, om zo eerlijk en gelijk mogelijk een billijke vergoeding vast te stellen.
Dit artikel is geschreven door
Mariska Kamsteeg
Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.