
Een werknemer in een vleesverwerkingsbedrijf draagt verplicht oordopjes tegen het lawaai op de werkvloer. Juist daardoor hoort hij niet dat de bestuurder van een stapelaar toetert en roept dat hij aan de kant moet gaan. De stapelaar rijdt over zijn voet. Het letsel is zo ernstig dat het voorste deel van de voet moet worden geamputeerd. De werkgever erkent geen aansprakelijkheid en laat zich vervolgens ook niet zien in de procedure. Hoe moet de rechter daar mee omgaan? Die vraag beantwoordde de rechtbank Gelderland in deze uitspraak.
Wat was er gebeurd?
De werknemer werkte via een uitzendbureau in de vleesindustrie. Bij indiensttreding kreeg hij een Roemeenstalig boekje met de regels die binnen het bedrijf golden, onder meer over het dragen van veiligheidsschoenen en het gebruik van oordopjes. Die aanwijzingen heeft hij opgevolgd.
In het bedrijf werd gewerkt met een stapelaar met een opklapbaar sta-plateau. Toen dat arbeidsmiddel kapotging, moest er met spoed vervanging komen. De vaste leverancier kon geen niet-elektrisch aangedreven stapelaar zonder sta-plateau leveren, wel een elektrische stapelaar mét sta-plateau. Daarmee staat voor de rechter vast dat niet bewust voor dit specifieke type was gekozen als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering: het arbeidsmiddel kwam door de omstandigheden tijdelijk in de plaats van het gebruikelijke. Dat tijdelijke arbeidsmiddel leidde uiteindelijk tot het ongeval, doordat de werknemer de stapelaar niet hoorde aankomen en de bestuurder de aanrijding niet meer kon voorkomen.
Tussen wal en schip
De afwikkeling liep bovendien vast op de verzekeringen. De verzekeraar van het vleesverwerkingsbedrijf zegde geen dekking toe op de werkmaterieelverzekering, omdat de stapelaar niet op de lijst van verzekerde objecten stond. De verzekeraar van het uitzendbureau bood geen dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven, omdat het om een motorrijtuig ging. De werknemer viel zo tussen wal en schip en sprak beide bedrijven aan in een deelgeschilprocedure.
Wat is een deelgeschilprocedure?
De deelgeschilprocedure is geregeld in artikel 1019w Rv. De rechter moet in zo'n procedure beoordelen of het gaat om schade door dood of letsel, en of er een geschil bestaat over een deel van wat partijen verdeeld houdt. De hele zaak kan dus niet worden voorgelegd: staat één onderwerp aan een schaderegeling in de weg, dan kan juist dát punt aan de rechter worden voorgelegd.
De procedure is bedoeld als een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een regeling tussen partijen te bevorderen. Daarom moet de rechter eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan een vaststellingsovereenkomst. Is dat onvoldoende het geval, dan moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).
Het oordeel van de rechter
Zowel het uitzendbureau als het vleesverwerkingsbedrijf reageerde niet op het verzoekschrift en kwam niet naar de zitting. De rechter stelde vast dat het uitzendbureau wel op de hoogte was van de procedure en de zitting: de oproeping was zowel per aangetekende als per gewone post verstuurd. Het vleesverwerkingsbedrijf liet weten "om hun moverende redenen" niet te zullen verschijnen en vroeg schriftelijk te mogen reageren. Dat verzoek werd afgewezen.
Daarmee kwam de rechter voor de vraag te staan of een procedure nog kan bijdragen aan een regeling wanneer de wederpartijen niet verschijnen. De rechtbank oordeelt van wel. De advocaat van de werknemer schatte in dat er een inhoudelijk gesprek over de zaak en de schade op gang zou komen zodra de aansprakelijkheid vaststaat. Met een oordeel over de aansprakelijkheid kan de ontstane impasse vermoedelijk worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen worden voortgezet. De kantonrechter beoordeelde het verzoek daarom inhoudelijk.
Inhoudelijk pakte dat als volgt uit. Het uitzendbureau heeft niets gesteld over de zorgplicht en dus ook niet aangetoond dat het daaraan heeft voldaan, simpelweg omdat het niet is verschenen. De rechter gaat daarom uit van de stellingen van de werknemer. Ten aanzien van het vleesverwerkingsbedrijf oordeelt de rechter dat er geen deugdelijke RI&E was, dat er geen maatregelen waren genomen voor beter zicht op de werkplek en dat de veiligheidsrisico's onvoldoende in kaart waren gebracht. Beide partijen zijn als formeel en materieel werkgever aansprakelijk voor het ongeval.
Conclusie
Een deelgeschilprocedure biedt in letsel- en overlijdensschadezaken een snellere en eenvoudigere route dan een bodemprocedure, doordat één geschilpunt aan de rechter kan worden voorgelegd. Voorwaarde blijft wel dat de verzochte beslissing kan bijdragen aan een vaststellingsovereenkomst; is dat onvoldoende het geval, dan volgt afwijzing.
Verschijnen de wederpartijen niet, dan betekent dat niet automatisch dat een rechterlijke beslissing niet meer aan een regeling kan bijdragen, ook al lijkt het alsof zij zich aan de zaak onttrekken. Misschien juist dan kan een oordeel in een deelgeschil de andere partij weer aan tafel dwingen en de impasse doorbreken.
Heeft u vragen over dit onderwerp?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via telefoonnummer 073-690 0888 of per e-mail naar info@jba.nl.



