Algemeen

Rechtbank Amsterdam kraakt opstelling Allianz in letselschadezaak

Paulien Gossens

20/5/26

In een uitspraak van 7 mei jl. van de rechtbank Amsterdam wordt Allianz op de vingers getikt vanwege de weigering om de buitengerechtelijke kosten van de belangenbehartiger van verzoekers te voldoen. De uitspraak is op 12 mei jl. gepubliceerd en kan hier worden nagelezen.  
Ongeval
Op 25 augustus 2020 zijn twee personen betrokken geraakt bij een kettingbotsing botsing in Amsterdam. Het voertuig waarin zij zaten werd van achteren aangereden en vervolgens werden zij doorgedrukt op een ander voertuig. De achteroprijdende partij was ten tijde van het ongeval verzekerd bij Allianz. De aansprakelijkheid is door Allianz erkend.
Verzoekers ontwikkelden na het ongeval klachten aan onder andere hoofd, nek, schouder en rug, alsmede psychische klachten. Beiden hebben een multidisciplinair revalidatietraject doorlopen, maar de klachten zijn daarmee niet verholpen.
In augustus 2023 hebben verzoekers via de rechtbank verzocht om een neurologisch deskundigenonderzoek in te stellen. Dit neurologische onderzoek is uitgevoerd, maar de deskundige oordeelt dat er geen medisch causaal verband is tussen de door beide verzoekers gestelde klachten en het ongeval. Tevens merkt de deskundige op dat uit de medisch dossiers van beide verzoekers blijkt dat er sprake is van een medische voorgeschiedenis, waardoor het goed denkbaar is dat de huidige klachten ook zonder ongeval zouden hebben bestaan. Naar aanleiding van de conclusie van de deskundige heeft Allianz het standpunt ingenomen dat er geen causaal verband bestaat tussen het ongeval en de klachten van beide verzoekers, en heeft zij eenzijdig de schadeafwikkeling beëindigd.
Deelgeschil
Namens beide verzoekers wordt een deelgeschilprocedure aanhangig gemaakt, waarin zij de rechtbank verzoeken om Allianz te veroordelen tot het betalen van de openstaande buitengerechtelijke kosten en de kosten van het deelgeschil. Zij voeren aan dat Allianz ondanks de erkenning van de aansprakelijkheid en de betaling van voorschotten op de schadevergoeding de openstaande buitengerechtelijke kosten niet volledig heeft voldaan. Tevens geven verzoekers aan dat zij zwaarwegende en steekhoudende bezwaren hebben tegen het rapport van de deskundige en dat zij voornemens zijn om een nieuw deskundigenonderzoek te gelasten. De schaderegeling is daarom volgens verzoekers is nog niet beëindigd en is de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten noodzakelijk om de schaderegeling te kunnen voortzetten. Zonder een vergoeding van deze kosten kan de schaderegeling niet worden voorgezet, waardoor verzoekers niet hun recht kunnen uitoefenen op adequate rechtsbijstand.
Allianz geeft op haar beurt aan dat de buitengerechtelijke kosten niet voldoen aan een dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 BW en dat de klachten van verzoekers niet in causaal verband staan met het ongeval. Allianz is daarom van mening dat de schadevergoeding reeds is afgewikkeld en dat verdere betalingen voor rechtsbijstand niet redelijk kunnen worden geacht. Er zijn ook geen buitengerechtelijke onderhandelingen gaande die bevorderd kunnen worden door een beslissing in een deelgeschilprocedure. Allianz is de aanhangig gemaakte procedure ook een verkapt incassogeschil en valt dit niet onder de reikwijdte van de deelgeschilprocedure.
Toepasselijkheid deelgeschil
De rechtbank gaat niet mee in de verweren van Allianz. Volgens rechtbank leent het verzoek zich voor een behandeling in een deelgeschil. De rechtbank geeft aan dat hoewel Allianz aansprakelijkheid heeft erkend en een voorschot op de schadevergoeding heeft betaald, op dit moment nog geen vaststellingsovereenkomst is bereikt en de onderhandelingen daarom feitelijk stil zijn komen te liggen. Verzoekers hebben zwaarwegende en steekhoudende bezwaren tegen het rapport van de deskundige, maar door de weigerachtige houding van Allianz om de reeds gemaakte buitengerechtelijke kosten te vergoeden en verzoekers niet de financiële middelen hebben om verdere stappen te ondernemen, is de schadeafhandeling in een impasse geraakt. Een beslissing over de betaling van de buitengerechtelijke kosten in dit deelgeschil kan deze impasse volgens de rechtbank doorbreken en bijdragen aan het herstel van de onderhandelingen. Tevens geeft de rechtbank aan dat een geschil over de betaling van advocatenkosten in de wetsgeschiedenis uitdrukkelijk is genoemd als voorbeeld van een deelgeschil. Het is daarvoor niet noodzakelijk dat een beslissing over de buitengerechtelijke kosten direct tot een vaststellingsovereenkomst leidt, maar voldoende is dat het een bijdrage kan leveren aan het weer op gang brengen van de onderhandelingen.
Dubbele redelijkheidstoets artikel 6:96 BW
De rechtbank zet vervolgens uiteen wat de vereisten zijn voor een vergoeding van buitenechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 BW en geeft aan dat voor een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten niet vereist is dat uiteindelijk vast komt te staan dat er schade is geleden, maar de omvang van de schade wordt wel als één van de relevante aspecten meegenomen.
De rechtbank gaat vervolgens na of de gevorderde kosten in de zaak voldoen aan de dubbele redelijkheid toets van artikel 6:96 BW en oordeelt daarover als volgt. De rechtbank vindt dat het maken van buitengerechtelijke kosten als zodanig redelijk is geweest. Tot aan de definitieve rapportage van de deskundige bevonden partijen zich in lopende schaderegeling en was het inschakelen van rechtsbijstand gerechtvaardigd. Dit vindt de rechtbank ook voor de periode ná het rapport van de deskundige. Tussen partijen is namelijk een geschil ontstaan over het causaal verband en verzoekers hebben aangevoeld dat zij steekhoudende en zwaarwegende bezwaren hebben tegen het rapport van de deskundige. Dat deze bezwaren nog niet voldoende vast zijn komen te staan, maakt niet dat het inroepen van rechtsbijstand in deze fase van de schaderegeling onredelijk is. De rechtbank weegt daarin ook mee dat de omstandigheid dat Allianz de onderhandelingen ná het rapport van de deskundige heeft beëindigd en verdere betaling van de buitengerechtelijke kosten heeft geweigerd. Dit kan verzoekers namelijk in de weg staan aan het aanleveren van dergelijke onderbouwing tegen de geldigheid van de rapportage van de deskundige.
Het verweer van Allianz dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet in verhouding staan tot de omvang van de schade wordt door de rechtbank gepasseerd. Volgens de rechtbank bestaat tussen partijen nog een discussie over het causaal verband en de omvang van de schade is nog niet vastgesteld. Kosten die worden gemaakt ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid komen voor vergoeding in aanmerking. Het is daarvoor niet vereist dat het uiteindelijk vast komt te staan dat de schade is geleden of dat causaal verband wordt aangenomen. De rechtbank geeft aan dat ook indien achteraf blijkt dat de schade beperkter is dan men eerder dacht, dat niet zonder meer kan leiden tot het oordeel dat de gemaakte buitengerechtelijke kosten onredelijk zijn. Omdat de schaderegeling nog niet is afgerond vanwege de discussie over het causaal verband kan vervolgens de rechtbank op dit moment nog niet worden vastgesteld dat de sprake is van een onredelijke verhouding tussen de buitengerechtelijke kosten en de schade.
Ten aanzien van de geschreven uren en het gehanteerde uurtarief oordeelt de rechtbank als volgt. In deze zaak is sprake van een overstap naar een andere belangenbehartiger. Volgens Allianz zouden de kosten van de dossierstudie in het kader van de overname niet voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank geeft echter aan dat het een benadeelde in beginsel vrijstaat om van belangenbehartiger te wisselen en dat in dit geval in een periode van meerdere jaren eenmaal van belangenbehartiger is gewisseld. Daarbij hadden verzoekers is geen andere keuze, omdat hun vorige belangenbehartiger had zijn kantoor verliet en de belangenbehartiging niet door hem of een kantoorgenoot kon worden voortgezet. Tevens volgt de rechtbank Allianz niet in haar standpunt dat de reistijd van de belangenbehartiger niet tegen specialistentarief voor vergoeding in aanmerking komt. Volgens de rechtbank maakt de reistijd in beginsel onderdeel uit van de tijd die aan een zaak wordt besteed en kan dit tegen hetzelfde uurtarief worden gedeclareerd. Het standpunt van Allianz dat de gedeclareerde uren ten aanzien van een discussie over het al dan niet verstrekken van het medisch dossier niet voor vergoeding in aanmerking komen wordt door de rechtbank gepasseerd. Volgens de rechtbank betekent een dergelijke discussie niet dat alle in die periode verrichtte werkzaamheden onredelijk zijn. Ook heeft Allianz aangevoerd dat bepaalde werkzaamheden, zoals het verzamelen van medische informatie, als administratieve werkzaamheden moeten worden aangemerkt en daarom niet tegen een specialistentarief mogen worden gedeclareerd. Dit betoog volgt de rechtbank eveneens niet. Volgens de rechtbank heeft Allianz onvoldoende toegelicht waarom deze werkzaamheden als louter administratief moeten worden aangemerkt. Ten aanzien van het uurtarief van de belangenbehartiger van verzoekers overweegt de rechtbank onder andere dat een uurtarief van € 290,00 per uur exclusief btw vanaf 1 januari 2025, mede gelet op de indexering en inflatie, niet onredelijk is voor een advocaat met ervaring en lidmaatschap van de LSA.
Conclusie
In de praktijk hebben wij dagelijks te maken met verzekeraars die geheel of gedeeltelijk weigeren om de buitengerechtelijke kosten te voldoen. De rechtbank Amsterdam maakt met deze uitspraak duidelijk dat een verzekeraar hier niet zomaar mee wegkomt en dat het geenszins de bedoeling is dat slachtoffers in hun recht op adequate rechtsbijstand worden geschaad door de weigerachtige houding van een verzekeraar.
Contact
Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze blog, neem dan vooral contact met ons op. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of via info@jba.nl.
Dit artikel is geschreven door
Paulien Gossens

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.