Rechtbank gebruikt Rotterdamse Schaal en wijst voorschot van € 50.000 toe op smartengeld
Demen Bülbül
22/4/26
Op 26 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam zich uitgelaten over de vraag of een letselschadeslachtoffer aanspraak maakt op een aanvullend voorschot van € 50.000,- op het smartengeld. De uitspraak is op 10 april 2026 gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.
Feiten
Op 1 oktober 2010 overkwam een destijds achtjarig kind een zeer ernstig verkeersongeval. Zij zat in een auto die van achteren werd aangereden door een vrachtwagen en liep daarbij zeer ernstig letsel op. Haar letsel bestond onder meer uit schedel- en aangezichtsfracturen, een hersenkneuzing, een kneuzing aan de rechterlong en een sterk verminderd gezichtsvermogen van het rechteroog.
De inmiddels volwassen vrouw heeft blijvende gezondheidsklachten overgehouden aan het ongeval, waaronder traumatisch schedel/hersenletsel, cognitieve klachten en visusklachten. De definitieve omvang van de schade is tot op heden echter nog niet vastgesteld.
De aansprakelijke verzekeraar, HDI, heeft tot deze procedure een bedrag van € 205.000,- aan voorschotten onder algemene titel en € 50.000,- als voorschot op het uit te keren smartengeld (immateriële schade) voldaan.
Aanvullend voorschot op smartengeld?
In deze deelgeschilprocedure vordert het slachtoffer van HDI een aanvullende schadevergoeding van in totaal € 83.295,73. Dit is het bedrag dat onderaan de door haar ingediende schadestaat à in totaal € 338.295,73 openstaat, na aftrek van de reeds betaalde voorschotten à in totaal € 255.000,-. De schade van het slachtoffer bestaat onder meer uit zaakschade, medische kosten, verlies van arbeidsvermogen, studievertraging en smartengeld.
Het slachtoffer vordert in deze zaak een aanvullend voorschot van € 50.000,- op het smartengeld. Smartengeld vormt een naar billijkheid vast te stellen vergoeding voor het niet in vermogensschade bestaande nadeel dat een benadeelde heeft geleden als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is (artikel 6:106 BW). Bij de begroting daarvan dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder in het bijzonder de aard en ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor de benadeelde.
Oordeel rechtbank
Ter bepaling van de omvang van het smartengeld bij hersenletsel wordt aansluiting gezocht bij de Rotterdamse Schaal. HDI conformeert zich hieraan, maar er bestaat een verschil van inzicht over de ernst van het hersenletsel en de daarbij passende categorie van de Rotterdamse Schaal.
Volgens het slachtoffer valt haar letsel mogelijk onder de categorie ernstig hersenletsel (bandbreedte € 150.000 - € 195.000), maar in ieder geval onder de hoogste categorie van middelzwaar hersenletsel subcategorie I (bandbreedte € 105.000 - € 150.000).
Bij middelzwaar hersenletsel subcategorie I is sprake van ‘middelzware tot ernstige cognitieve beperkingen’. Verder vermeldt de Rotterdamse schaal: ‘De benadeelde is niet volledig afhankelijk van anderen, maar heeft wel continue zorg nodig. Beperkingen kunnen een persoonlijkheidsverandering, aantasting van zicht, spraak en zintuigen omvatten. Daarnaast kan sprake zijn van (een aanzienlijk risico op) epilepsie.’
HDI gaat echter uit van hoogstens middelzwaar hersenletsel subcategorie II (bandbreedte € 62.000 - € 105.000). Bij middelzwaar hersenletsel subcategorie II is sprake van ‘matige tot lichte cognitieve beperkingen’. Verder vermeldt de Rotterdamse schaal: ‘De benadeelde heeft geen continue zorg nodig. Er is enige zelfstandigheid, maar het vermogen om arbeid te verrichten is sterk afgenomen of weggevallen, en er is enig risico op epilepsie.’
Volgens de rechtbank kan worden aangenomen dat zelfs áls wordt uitgegaan van een indeling in de categorie middelzwaar hersenletsel subcategorie II, het slachtoffer in aanmerking zal komen voor een bedrag dat de gevorderde € 50.000 ruimschoots zal overstijgen. Gelet op de klachten en beperkingen van het slachtoffer acht de rechtbank aannemelijk dat het uiteindelijke bedrag aan smartengeld, áls al zou blijken dat het hersenletsel van het slachtoffer zich daadwerkelijk in deze lagere subcategorie laat indelen (wat nog uit de te verwachten rapportages moet blijken), in ieder geval aan de bovenkant (€ 105.000,-) van de bandbreedte voor deze categorie moet aansluiten. Alleen op grond daarvan is een aanvullend voorschot van € 50.000,- op het smartengeld al gerechtvaardigd.
Daarbij komt nog dat het slachtoffer als gevolg van het ongeval het zicht aan één oog heeft verloren. Dit valt conform de Rotterdamse Schaal in categorie 3.1 Aantasting gezichtsvermogen, sub e ‘volledig verlies van het zicht in één oog’ (bandbreedte € 34.000 tot € 37.000).
Uit aanbevelingen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK), het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel Hoven (LOVCH) en het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) volgt dat bij letsels die onafhankelijk van elkaar voorkomen (meervoudig letsel) wordt aanbevolen uit te gaan van het zwaarste letsel: dat weegt volledig mee; het in ernst tweede letsel weegt voor 50% mee. De aldus gevonden bedragen dienen te worden opgeteld. Het “derde” of volgende letsel weegt niet op dezelfde manier mee, maar kan als factor worden betrokken bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld.
Uit het voorgaande volgt dat het oogletsel bij de begroting van het smartengeld voor 50% zal moeten worden betrokken en moet worden opgeteld bij het voor het hersenletsel te begroten bedrag.
Gezien het voorgaande acht de rechtbank het door het slachtoffer gestelde totaalbedrag van € 100.000,- op het smartengeld (bepaald) niet onredelijk. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat het uiteindelijke smartengeld ruimschoots hoger zal zijn dan het reeds betaalde bedrag, zodat het verzochte aanvullende voorschot van € 50.000,- op het smartengeld niet bovenmatig voorkomt en wordt toegewezen.
Conclusie
Uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam blijkt dat de Rotterdamse schaal steeds meer voet aan de grond krijgt in letselschadeland bij de begroting van het smartengeld. De uitspraak illustreert ook hoe een rechter de Rotterdamse schaal moet toepassen indien sprake is van meervoudig letsel. Bent u zelf slachtoffer van een verkeersongeval geworden? Neem dan contact op met een van onze advocaten!