Algemeen

Welke IWMD-vraagstelling moetworden gebruikt bij letselschadezaken?

Bij de afwikkeling van letselschade speelt medisch bewijs vaak een doorslaggevende rol. Wanneer partijen van mening verschillen over de medische gevolgen van een ongeval, wordt regelmatig een onafhankelijke deskundige ingeschakeld. Daarbij wordt vaak gebruikgemaakt van de zogenoemde IWMD-vraagstelling. Sinds november 2025 geldt hiervoor een nieuwe versie. Over die wijziging is echter discussie ontstaan binnen de letselschadepraktijk en inmiddels lijkt ook de rechtspraak daar verschillend mee om te gaan.

Wat is de IWMD-vraagstelling?

Wanneer een medisch deskundige wordt gevraagd onderzoek te verrichten in een letselschadezaak, krijgt hij een reeks standaardvragen voorgelegd. Deze vragen zijn ontwikkeld om de medische situatie van een slachtoffer in kaart te brengen en vormen al jarenlang een vast onderdeel van medische expertises.

Het uitgangspunt van de traditionele IWMD-vraagstelling is dat de deskundige zich beperkt tot medische beoordeling. De deskundige beschrijft de gezondheidstoestand van een slachtoffer, de aanwezige klachten en beperkingen en de hypothetische situatie zonder ongeval. Aan de hand daarvan kunnen juristen, verzekeraars en uiteindelijk de rechter beoordelen of juridisch sprake is van een causaal verband tussen het ongeval en de schade.

Waarom is de vraagstelling gewijzigd?

Per 1 november 2025 is een nieuwe versie van de IWMD-vraagstelling ingevoerd. Volgens De Letselschade Raad is deze vernieuwde versie het resultaat van een langdurig evaluatie- en revisietraject en sluit zij beter aan bij de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage 2024. Daarmee zou de vraagstelling beter zijn afgestemd op de huidige praktijk van medische deskundigenonderzoeken.

Niet iedereen is echter overtuigd van de noodzaak en wenselijkheid van deze wijzigingen. Vanuit de slachtofferadvocatuur is kritiek geuit op zowel de inhoud van de nieuwe vraagstelling als de wijze waarop deze tot stand is gekomen. Zo heeft de ASP haar leden geadviseerd om vooralsnog vast te houden aan de oude versie van de vraagstelling.

Waar gaat de discussie over?

Een belangrijk punt van discussie betreft de rol van de medische voorgeschiedenis van het slachtoffer.

Volgens critici bieden bepaalde onderdelen van de nieuwe vraagstelling meer ruimte om eerdere klachten, predispositie en algemene gezondheidsaspecten bij het onderzoek te betrekken. Ook wordt erop gewezen dat sommige formuleringen anders zijn geformuleerd dan voorheen en daardoor mogelijk meer nadruk leggen op medische causaliteit. Daarnaast bestaan zorgen over de mate waarin deskundigen worden uitgenodigd om zich uit te laten over onderwerpen die buiten hun eigen specialisme liggen.

Voorstanders van de nieuwe vraagstelling benadrukken juist dat een deskundige een volledig medisch beeld moet kunnen schetsen en dat de wijzigingen aansluiten bij recente richtlijnen voor medische rapportages. Ook wordt erop gewezen dat de nieuwe vraagstelling volgens De Letselschade Raad tot stand is gekomen na een uitgebreid evaluatietraject.

De discussie gaat daarmee niet alleen over de inhoud van de vragen, maar ook over de vraag welke rol medische voorgeschiedenis mag spelen bij de beoordeling van letselschade.

De rechtspraak is wisselend

Interessant is dat de discussie inmiddels ook de rechtszaal heeft bereikt. In een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland van januari 2026 moest worden beslist welke versie van de IWMD-vraagstelling aan een deskundige zou worden voorgelegd. Hoewel de aansprakelijkheidsverzekeraar bezwaar maakte tegen toepassing van de nieuwe versie, koos de rechtbank toch voor de vernieuwde vraagstelling. De rechtbank overwoog daarbij dat de nieuwe vraagstelling volgens haar een verbetering vormt ten opzichte van de vorige versie en wees op het uitgebreide revisietraject dat aan de wijziging vooraf was gegaan. Deze uitspraak kunt u hier teruglezen.

Enkele maanden later kwam de Rechtbank Rotterdam in een andere letselschadezaak juist tot de tegenovergestelde uitkomst. In die procedure gaf de benadeelde de voorkeur aan de oude vraagstelling, terwijl de verzekeraar de nieuwe versie wilde gebruiken. De rechtbank besloot uiteindelijk de oude vraagstelling toe te passen. Daarbij speelde een belangrijke rol dat partijen eerder al overeenstemming hadden bereikt over het gebruik van die vraagstelling en dat de benadeelde inhoudelijke bezwaren had geuit tegen de nieuwe versie, terwijl de verzekeraar geen inhoudelijke bezwaren tegen de oude versie naar voren had gebracht. Deze uitspraak kunt u hier teruglezen.

Deze uitspraken laten zien dat er op dit moment nog geen volledig uitgekristalliseerde lijn bestaat. De ene rechter lijkt vooral gewicht toe te kennen aan de inhoudelijke kwaliteit en actualiteit van de nieuwe vraagstelling, terwijl de andere rechter meer belang hecht aan de afspraken en standpunten van partijen zelf.

Waarom is dit relevant voor slachtoffers?

Een medisch deskundigenonderzoek vormt in veel letselschadezaken de basis voor verdere onderhandelingen en eventuele procedures. De conclusies van een deskundige wegen vaak zwaar bij de beoordeling van aansprakelijkheid, causaliteit en schade.

De vraag welke informatie een deskundige onderzoekt en welke vragen daarbij worden gesteld, is daarom niet slechts een theoretische discussie. De wijze waarop een onderzoek wordt ingericht kan invloed hebben op de onderwerpen die in het rapport aan de orde komen en daarmee ook op de verdere afwikkeling van de zaak.

Juist daarom is het van belang dat slachtoffers en hun belangenbehartigers niet alleen kritisch kijken naar de keuze van de deskundige, maar ook naar de inhoud van de opdracht die aan die deskundige wordt verstrekt.

Conclusie

De discussie over de nieuwe IWMD-vraagstelling lijkt voorlopig nog niet voorbij. Enerzijds bestaat er steun voor een modernisering van de vraagstelling en aansluiting bij nieuwe medische richtlijnen. Anderzijds zijn er zorgen geuit over de rol van medische voorgeschiedenis, predispositie en de wijze waarop de wijzigingen tot stand zijn gekomen.

Daarnaast blijkt uit recente rechtspraak dat nog geen duidelijke lijn bestaat over de vraag welke versie van de IWMD-vraagstelling in een concreet geval moet worden toegepast. De uitkomst lijkt vooralsnog mede afhankelijk van de omstandigheden van de zaak en de standpunten die partijen hierover innemen.

Voor slachtoffers betekent dit dat het verstandig is om bij een voorgenomen deskundigenonderzoek niet alleen aandacht te besteden aan de keuze van de deskundige, maar ook aan de vraag welke vraagstelling uiteindelijk aan die deskundige wordt voorgelegd.

Heeft u vragen over een medisch deskundigenonderzoek of over de afwikkeling van uw letselschadezaak?

Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dit kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.

Dit artikel is geschreven door
Bart van Giessen

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Bewijs

Letselschade­specialisten waar je op kunt bouwen

12.000+

Tevreden klanten


Dé letselschadespecialist van Zuid-Nederland.

12.000+

Zaken

Ruime ervaring met verkeersongevallen en bedrijfsletsel.

9.4

Op Trustoo

"JBA heeft ons dossier buitengewoon goed en effectief afgehandeld."

Gespecialiseerd en gecertificeerd

De advocaten van JBA zijn specialisten. Het kantoor is aangesloten bij het Keurmerk Letselschade.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.