Arbeidsongeluk

Werkgeversaansprakelijkheid en het bewijzen van de toedracht

Floor Straathof

24/3/26

In de letselschadepraktijk komt het regelmatig voor: een werknemer stelt letsel te hebben opgelopen door een arbeidsongeval, terwijl de werkgever het ongeval, of het letsel, betwist. Het arrest van het gerechtshof van 27 januari 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:148) laat zien dat werknemers in zulke situaties niet met lege handen staan. Het hof past de beschermingsgedachte van art. 7:658 BW consequent toe en corrigeert een te strenge benadering door de kantonrechter.

Een service engineer raakt begin 2018 betrokken bij een incident tijdens takelwerkzaamheden in de machinekamer van een jacht. Een kettingtakel schiet los doordat geen deugdelijke eindstop is aangebracht. De werknemer stelt dat hij door de vallende takel is geraakt, ten val is gekomen en schouder- en nekklachten heeft ontwikkeld. Uiteindelijk volgt langdurige uitval.

De werkgever betwist vrijwel alles: het ongeval, het raken door de takel, het letsel en het causaal verband. De kantonrechter wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs. In hoger beroep draait komt het hof tot een ander oordeel.

Geen bewijs van de exacte toedracht vereist

Van belang voor de letselschadepraktijk is dat het hof nogmaals benadrukt dat de werknemer niet hoeft te bewijzen hoe het ongeval precies is gebeurd.

Voor aansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW is voldoende dat de werknemer stelt en aannemelijk maakt dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Of hij door de takel is geraakt of “slechts” door schrik is gevallen, is juridisch niet doorslaggevend. Ook een val door schrik, veroorzaakt door een losgeschoten takel, kwalificeert als arbeidsongeval.

Daarmee corrigeert het hof expliciet de benadering van de rechtbank, die te veel gewicht had toegekend aan onduidelijkheden over de precieze toedracht.

Onafhankelijke getuige doorslaggevend

Het hof acht bewezen dat de werknemer een ongeval is overkomen. Daarbij speelt de bewijswaardering een cruciale rol. Naast de verklaring van de werknemer zelf is er een verklaring van een onafhankelijke derde die in de machinekamer aanwezig was.

Deze getuige werkte voor een ander bedrijf, had geen belang bij de uitkomst en bevestigde dat de takel was losgeschoten en dat de werknemer geraakt was. Daartegenover stond een schriftelijke verklaring van een zzp’er die al jaren voor de werkgever werkte en niet onder ede is gehoord. Het hof hecht aan die verklaring minder waarde.

Letsel en medische onderbouwing: aannemelijkheid volstaat

Ook over het letsel is het hof helder. De werkgever betoogde dat er geen sprake was van letsel, mede omdat de werknemer pas later bij de huisarts kwam, er sprake was van eerdere nekklachten en hij volgens de werkgever diezelfde avond nog recreatieve activiteiten ondernam. Het hof volgt dit niet. Doorslaggevend is dat de werknemer al vier dagen na het ongeval bij een fysiotherapeut onder behandeling kwam en daar objectieve bevindingen zijn vastgesteld (bewegingsbeperking, spierhypertonie). Ook zijn de klachten consistent  vastgelegd in medische dossiers.

Voor een verwijzing naar de schadestaatprocedure is niet vereist dat de schade al vaststaat of volledig is onderbouwd. Voldoende is dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is gemaakt. Dat was hier het geval. De omvang van de schade  in de schadestaat verder worden uitgewerkt.

Zorgplicht werkgever: hoge lat blijft onverminderd

Het hof overweegt dat de werkgever moet zorgdragen voor een hoog veiligheidsniveau op de werkplek en voor de werktuigen en gereedschappen waarmee haar werknemers moeten werken. Zij moet daartoe de nodige veiligheidsinstructies (en waarschuwingen) geven, veiligheidsmaatregelen treffen en op het geval toegesneden toezicht op de naleving van die maatregelen en instructies houden. Dat hiervan sprake is geweest is onvoldoende gesteld of gebleken, aldus het hof.

Eigen schuld

De werkgever probeerde zich nog te beroepen op eigen schuld: de werknemer zou zelf een ondeugdelijke lijmklem hebben gebruikt. Zelfs als dat zo zou zijn, kan de werkgever zich niet aan aansprakelijkheid onttrekken.

Het hof herhaalt vaste rechtspraak: alleen opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer kan de aansprakelijkheid doorbreken. Daarvan is pas sprake als de werknemer zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval bewust was van het gevaar en dat gevaar willens en wetens heeft aanvaard. Dat is hier niet gesteld en niet gebleken.

Bovendien had de werkgever onvoldoende gedaan op het gebied van veiligheidsinstructies, toezicht en controle van het hijsmateriaal. De zorgplicht is geschonden.

Conclusie

Het hof verklaart de werkgever aansprakelijk en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure. Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van de volledige proceskosten.

Dit artikel is geschreven door
Floor Straathof

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.