Wheelie tijdens motormeeting leidt tot aansprakelijkheid: geen sport- en spelsituatie
Willemijn Schut
2/6/26
Op 23 april 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid na een verkeersongeval tijdens een zogenoemde ‘meeting’ van (cross)motoren en bromfietsen in Hazerswoude-Dorp.
Feiten en omstandigheden
Op zondag 16 april 2023 raakte een betrokkene gewond bij een ongeval nabij een in aanleg zijnde weg (in het verlengde van de Noorwegenlaan) in Hazerswoude-Dorp. Op die locatie vond een bijeenkomst plaats van voornamelijk jonge mensen met (cross)motoren en bromfietsen. Verschillende aanwezigen reden hard en voerden stunts uit.
Een van de deelnemers reed op een geleende crossmotor zonder kenteken en zonder WA-verzekering. Tijdens het uitvoeren van wheelies reed deze deelnemer tegen de betrokkene aan.
Als gevolg van het ongeval liep de betrokkene onder meer een gebroken linker scheenbeen en kuitbeen op.
Tijdens zijn politieverhoor verklaarde de betrokkene dat hij richting het einde van de weg reed, vervolgens een halve bocht naar links maakte en daarna ongeveer één minuut stilstond. Kort daarna werd hij aangereden.
Een getuige verklaarde dat het druk was op de locatie en dat er agressief werd gereden. Volgens deze getuige reed de betreffende deelnemer zeer hard.
Vervolg
De betrokkene stelde zowel de deelnemer als het Waarborgfonds aansprakelijk voor de geleden schade. Het Waarborgfonds wees aansprakelijkheid af.
Bij vonnis van 7 juni 2024 veroordeelde de strafrechter de deelnemer wegens het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Volgens de strafrechter is het maken van een wheelie een gevaarlijke manoeuvre, omdat daardoor onvoldoende aandacht voor het overige verkeer mogelijk is. Daarbij reed de deelnemer met hoge snelheid. Ook beperkt een wheelie de mogelijkheid om via het voorwiel te remmen. Door deze combinatie van omstandigheden kon de deelnemer zijn motorfiets niet tijdig tot stilstand brengen en botste hij tegen de bromfietser.
Uit de bewijsmiddelen bleek bovendien dat zich veel toeschouwers op de locatie bevonden en dat de asfaltverharding overging in een puinverharding. Onder deze omstandigheden had de deelnemer volgens de strafrechter extra voorzichtig moeten zijn en zijn rijgedrag daarop moeten aanpassen.
Ondanks het strafvonnis bleef het Waarborgfonds bij zijn afwijzende standpunt.
Sport- en spelsituatie
In deze zaak stond onder meer de vraag centraal of sprake was van een zogenoemde sport- en spelsituatie. In dergelijke situaties geldt een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel.
Van een sport- en spelsituatie kan sprake zijn wanneer schade ontstaat binnen een sportieve context of wanneer kenmerken van een spel aanwezig zijn, bijvoorbeeld doordat deelnemers bepaalde risico’s over en weer accepteren. Het is daarbij niet noodzakelijk dat deelnemers rechtstreeks tegen elkaar strijden. Ook hoeft het slachtoffer zelf geen deelnemer aan het spel of de sport te zijn.
Wanneer sprake is van een sport- en spelsituatie, wordt minder snel aangenomen dat een deelnemer onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW.
Beoordeling door de civiele rechter
De rechtbank stelt voorop dat de strafrechter al heeft vastgesteld dat het rijgedrag van de deelnemer aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend was. Door met hoge snelheid te rijden en tegelijkertijd een wheelie uit te voeren, kon hij onvoldoende aandacht houden voor het overige verkeer en zijn motorfiets niet tijdig tot stilstand brengen.
De betrokkene heeft onweersproken gesteld dat geen hoger beroep is ingesteld tegen het strafvonnis. Daardoor is het vonnis onherroepelijk geworden. Op grond van artikel 161 Rv levert dit dwingend bewijs op van zowel het gevaarlijke rijgedrag als het causaal verband met het ongeval. Het Waarborgfonds heeft daartegen onvoldoende ingebracht.
De rechtbank volgt het standpunt van het Waarborgfonds niet dat de context van de meeting meebrengt dat het gevaarlijke en strafbare rijgedrag niet onrechtmatig zou zijn. Volgens de rechtbank blijkt uit de feiten niet dat sprake was van een sport- en spelsituatie waarin deelnemers de risico’s over en weer hadden aanvaard. Daarbij weegt mee dat de deelnemer op een motor reed en de betrokkene op een bromfiets, terwijl ook niet is gebleken van geldende spelregels of afspraken.
De rechtbank concludeert daarom dat sprake is van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Nu ook aan de overige vereisten voor aansprakelijkheid is voldaan, is de deelnemer civielrechtelijk aansprakelijk voor de schade.
Eigen schuld
Vervolgens beoordeelt de rechtbank of sprake is van eigen schuld aan de zijde van de betrokkene.
Volgens het Waarborgfonds heeft de betrokkene het risico bewust opgezocht door deel te nemen aan de meeting. Daarnaast zou hij geen voorrang hebben verleend aan de deelnemer, die rechtdoor reed.
De rechtbank verwerpt het eerste argument. Niet kan worden vastgesteld dat de enkele deelname aan de meeting heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade.
Het tweede argument slaagt wel. De betrokkene reed op de weg en sloeg aan het einde van het verharde gedeelte linksaf. Daarbij had hij de deelnemer voorrang moeten verlenen.
De rechtbank komt daarom tot een causaliteitsverdeling van 75% voor rekening van de deelnemer en 25% voor rekening van de betrokkene.
De betrokkene beroept zich vervolgens op de billijkheidscorrectie, onder verwijzing naar de ernst van de gemaakte fouten, het zware letsel en de financiële gevolgen van het ongeval. Een volledige aansprakelijkheid van de deelnemer acht de rechtbank echter niet gerechtvaardigd.
Wel ziet de rechtbank in de ernst van het letsel en de gevolgen daarvan aanleiding om de verdeling bij te stellen naar 85% voor rekening van de deelnemer en 15% voor rekening van de betrokkene.
Conclusie
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een sport- en spelsituatie. De verhoogde aansprakelijkheidsdrempel die in dergelijke situaties geldt, is daarom niet van toepassing.
Het gevaarlijke rijgedrag van de deelnemer – bestaande uit het uitvoeren van een wheelie bij hoge snelheid – wordt als onrechtmatig aangemerkt en leidt tot aansprakelijkheid voor de ontstane schade.
Wel is sprake van eigen schuld aan de zijde van de betrokkene, omdat hij bij het afslaan geen voorrang verleende. Na toepassing van de billijkheidscorrectie komt uiteindelijk 85% van de schade voor rekening van de deelnemer en 15% voor rekening van de betrokkene.