Algemeen

Afstand gedaan is afstand gedaan: geen schadevergoeding voor beschadigd kunstwerk

'Bij deze heb ik afstand gedaan van mijn kunstwerk.' Een kunstenaar schreef het aan de gemeente Den Helder, moe van de discussie over zijn in beslag genomen werk. En later nog twee keer. Jaren later kreeg hij zijn werk incompleet en zwaar beschadigd terug en eiste hij ruim € 100.000. Die e-mails werden hem fataal.

De Rechtbank Noord-Holland oordeelde op 27 mei 2026 dat de kunstenaar geen recht heeft op schadevergoeding. Wie zo duidelijk afstand doet van iets, is er ook echt van af. De uitspraak is op 22 oktober 2026 gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.

Wat is er gebeurd?

In 2016 en 2017 maakte de kunstenaar een groot kunstwerk. Begin 2018 zette hij het in de kelder van een museum in Den Helder. Dat museum zat in het voormalige postkantoor, een pand van de gemeente. De gemeente had het pand in bruikleen gegeven aan de museumhouder, maar die bruikleen in 2017 opgezegd. Op 17 april 2018 liet de gemeente het pand ontruimen. Om de ontruimingskosten te kunnen verhalen, legde zij beslag op de spullen van de museumhouder, waaronder de kunstwerken in het gebouw. Ook het werk van de kunstenaar ging mee. Een gespecialiseerd kunsttransportbedrijf nam alles in bewaring.

Vanaf mei 2018 liet de kunstenaar de gemeente herhaaldelijk weten dat het werk van hem was en dat hij het terug wilde. De gemeente vroeg om bewijs, bijvoorbeeld een verklaring van de museumhouder dat het werk alleen in bruikleen bij het museum stond.

Drie e-mails

Toen nam de kunstenaar een opvallend besluit. Op 14 juni 2018 mailde hij de gemeente en de museumhouder: 'Ik heb besloten om afstand te doen van het werk.' Verderop schreef hij: 'bij deze heb ik afstand gedaan van mijn kunstwerk'. De hele kwestie kostte hem te veel energie, liet hij weten. En hij wilde niet opdraaien voor de opslagkosten.

In september 2018 herhaalde hij het: 'En doe afstand van het werk. Ik kom daar niet meer op terug.' Schenken was volgens hem geen optie vanwege de schenkbelasting, 'maar afstand van doen wel is mij verteld.' En in november 2019 volgde een derde mail: 'u zoekt het maar uit, met dat werk (…) Dus doe bij deze afstand van het werk.'

Acht maanden later draaide hij bij. In juli 2020 vroeg hij het werk toch terug. Het zou € 25.000 waard zijn, schreef hij, maar er ontbraken onderdelen en het leek beschadigd. Pas op 29 maart 2023 kreeg hij een deel van het werk terug, in beschadigde staat. Een half jaar later stelde hij de gemeente aansprakelijk.

Wat eiste de kunstenaar?

Bij de rechtbank vorderde de kunstenaar € 93.000 schadevergoeding, plus € 25.000 smartengeld. Volgens hem had de gemeente onrechtmatig gehandeld door beslag te leggen op een werk dat niet van de museumhouder was, maar van hem. En door het pas na vijf jaar terug te geven, incompleet en onherstelbaar beschadigd. Het werk zou na het beslag meerdere keren zijn gevallen en onbeschermd in een ongeschikte fabriekshal hebben gestaan.

Ook voor wat de bewaarder had aangericht, hield hij de gemeente aansprakelijk. En hij vond dat hij geestelijk letsel had opgelopen. Met de vernieling van het werk was zijn 'geesteskind vermoord'.

De gemeente zag dat heel anders. Het beslag was volgens haar niet onrechtmatig, en voor de deurwaarder en de bewaarder was zij niet verantwoordelijk. Bovendien betwistte zij dat de kunstenaar eigenaar was. En als hij dat wel was geweest, dan had hij daar afstand van gedaan. Daarnaast zou de vordering verjaard zijn.

Ook over de waarde liepen de meningen ver uiteen. Een deskundige van de kunstenaar schatte de schade op € 93.000 tot € 139.000, inclusief gemiste inkomsten en gemaakte kosten. Een deskundige in opdracht van de gemeente vond een regeling van € 2.500 verdedigbaar. Volgens de gemeente zelf was het werk hooguit € 200 waard, of € 2.500.

Eigenaar bij het beslag

De rechtbank begint gunstig voor de kunstenaar. Hij had het werk gemaakt en was dus eigenaar. Dat hij het in het museum had gezet, veranderde daar niets aan. Hij had aannemelijk gemaakt dat hij het werk alleen had uitgeleend, omdat hij het later voor een theatervoorstelling wilde gebruiken. De gemeente had onvoldoende onderbouwd dat het werk was geschonken. Toen het beslag werd gelegd, was het werk dus nog van hem.

Daarna afstand gedaan

Maar daarmee was de kous niet af. Wie eigenaar is van een roerende zaak, kan die eigendom ook opgeven. Dat gebeurt als u zich zo van een zaak ontdoet dat duidelijk is dat u er niets meer mee te maken wilt hebben. Dat kan door iets te doen, bijvoorbeeld door het weg te gooien. Maar het kan ook door het simpelweg te zeggen of op te schrijven.

En dat had de kunstenaar gedaan, oordeelde de rechtbank. In drie e-mails schreef hij met zoveel woorden dat hij afstand deed van het werk. En met 'u zoekt het maar uit' maakte hij duidelijk dat hij er niets meer mee te maken wilde hebben.

Op de zitting legde hij uit dat hij iets anders had bedoeld. Hij had geprobeerd met de gemeente tot een schikking te komen, en wilde vooral afstand nemen van de hele situatie en van de agressie van de gemeente. Maar dat neemt niet weg dat hij uitdrukkelijk ook afstand deed van het kunstwerk zelf, aldus de rechtbank.

De gemeente mocht hem op zijn woord geloven

Ook het argument dat hij het niet zo had bedoeld, hielp hem niet. Dat had hij niet concreet genoeg toegelicht. En zelfs als het zo was, mocht de gemeente afgaan op wat hij had geschreven. Normaal gesproken mag je er niet snel van uitgaan dat iemand zomaar iets waardevols weggeeft. Maar hier lag dat anders. De bewoordingen waren ondubbelzinnig. Het besluit was kennelijk goed doordacht: hij had zich zelfs laten adviseren over de schenkbelasting. Hij deed het niet één keer, maar drie keer, verspreid over zeventien maanden. En hij legde ook nog uit waarom: de discussie kostte hem te veel energie en hij wilde niet opdraaien voor de opslagkosten. De gemeente had dan ook geen reden om aan zijn woorden te twijfelen.

Dat de afstand nergens in een akte was vastgelegd, maakte niet uit. Daar gelden geen vormvereisten voor. Ook hoefde niemand de afstand te aanvaarden: het is een eenzijdige handeling, waarvoor uw eigen verklaring genoeg is.

Geen weg terug

In juli 2020 vroeg de kunstenaar het werk toch terug. Te laat, oordeelde de rechtbank. Zo'n eenzijdige verklaring kunt u in beginsel niet meer intrekken, tenzij u dat uitdrukkelijk heeft voorbehouden. En dat had hij allerminst gedaan. Hij had juist geschreven: 'Ik kom daar niet meer op terug.'

Dat de gemeente hem in 2023 toch een deel van het werk teruggaf, hielp hem ook niet verder. De gemeente deed dat volgens eigen zeggen niet omdat zij hem als eigenaar erkende, maar om hem tegemoet te komen, en in overleg met de museumhouder en diens andere schuldeisers. Of hij daarmee weer eigenaar werd, liet de rechtbank in het midden. Hooguit werd hij eigenaar van het werk zoals het er toen bij lag: incompleet en beschadigd. De schade was op dat moment immers al ontstaan.

De eigendom van het oorspronkelijke werk was hij dus kwijt, en terug kreeg hij hooguit een beschadigd exemplaar. Daarom had hij geen recht op vergoeding van de eerdere beschadiging. Of de gemeente, de deurwaarder of de bewaarder fouten had gemaakt, hoefde de rechtbank niet eens meer te beoordelen.

Ook geen smartengeld

Blijft het smartengeld. Wat de rechtbank over de materiële schade zei, gold in beginsel ook hier. Maar de rechtbank keek er nog apart naar, en dat deel is voor ons vakgebied het interessantst. De kunstenaar baseerde zijn vordering op geestelijk letsel door de beschadiging en vermissing van zijn werk. Ter onderbouwing legde hij een verklaring van een coachingspraktijk over. Daarin stond dat hij emotioneel reageerde en psychisch belast was, met gevoelens van onrecht en stress. En dat de gebeurtenissen hadden bijgedragen aan zijn angst- en depressieve klachten.

Dat vond de rechtbank te vaag. Op basis daarvan kon zij niet aannemen dat er sprake was van geestelijk letsel dat door de gemeente was veroorzaakt. Daar kwam bij dat het in de kern ging om schade aan een zaak. Dat een kunstwerk verloren gaat, geeft op zichzelf geen recht op smartengeld. Ook niet als het voor de maker een grote emotionele waarde heeft.

Dat sluit aan bij wat wij in de praktijk zien. Wie vergoeding wil voor psychische schade, moet aantonen dat er echt sprake is van geestelijk letsel. Een gevoel van onrecht, stress of verdriet is daarvoor in de regel niet genoeg, hoe begrijpelijk ook. Het letsel moet medisch goed zijn onderbouwd, meestal door een psychiater of psycholoog.

Conclusie

De rechtbank wees alle vorderingen af. Daarbovenop moet de kunstenaar de proceskosten van de gemeente betalen: ruim € 7.000. Een wrange afloop voor iemand die bij het beslag nog gewoon eigenaar was van zijn werk.

De les van deze zaak reikt verder dan de kunstwereld. Wat u opschrijft, telt. Afstand doen van iets wat van u is, kan met een simpele e-mail. Daar is geen akte voor nodig en niemand hoeft het te aanvaarden. En als het eenmaal is gebeurd, is er in beginsel geen weg terug.

In een slepend conflict met een gemeente of verzekeraar is de verleiding groot om er een punt achter te zetten. 'U zoekt het maar uit' is dan snel geschreven. Maar zulke woorden kunnen juridische gevolgen hebben die u op dat moment niet overziet. Laat u daarom eerst adviseren voordat u iets opgeeft en dan niet alleen over de belastinggevolgen.

En wie psychische schade vergoed wil krijgen, moet die medisch stevig onderbouwen. Emotionele waarde alleen is niet genoeg.

Heeft u vragen over aansprakelijkheid, over smartengeld of over psychische schade?

Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.

‍

Dit artikel is geschreven door
Edgar Mulders

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Bewijs

Letselschade­specialisten waar je op kunt bouwen

12.000+
Tevreden klanten


Dé letselschadespecialist van Zuid-Nederland.

12.000+
Zaken

Ruime ervaring met verkeersongevallen en bedrijfsletsel.

9.4
Op Trustoo

"JBA heeft ons dossier buitengewoon goed en effectief afgehandeld."

Gespecialiseerd en gecertificeerd

De advocaten van JBA zijn specialisten. Het kantoor is aangesloten bij het Keurmerk Letselschade.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.