Geen waarschuwingsbord, wel aansprakelijk: duik in ondiep water eindigt in dwarslaesie
Edgar Mulders
16/10/26

Een zomeravond, een lange houten steiger en één duik die verkeerd afloopt. Voor een man van dertig betekende die duik in juli 2018 dat hij de rest van zijn leven in een rolstoel zit.
De Rechtbank Midden-Nederland moest op 5 oktober 2026 beoordelen of de beheerder van het recreatiegebied daarvoor aansprakelijk is. Er stond namelijk nergens een bord dat waarschuwde voor het ondiepe water. Het antwoord van de rechtbank: ja, maar niet voor de volle honderd procent. De uitspraak is op 16 oktober 2026 gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.
Wat is er gebeurd?
Het ongeluk gebeurde in een recreatiegebied waar langs het water een houten steiger van zo'n 300 meter loopt. Het water voor de steiger is met boeien afgezet als officiële duikzone, bedoeld voor sportduikers met uitrusting. Toch wordt er vooral ook gezwommen en dat mag gewoon. Borden bij de ingang en op de parkeerplaats melden dat zwemmen is toegestaan. Er zijn parkeerplaatsen, grasvelden met picknickbanken, een toiletgebouw en vuilnisbakken. Aan de steiger zitten op een paar plekken trappen om het water in en uit te gaan.
Op 26 juli 2018 dook de man, na zonsondergang, vanaf die steiger het water in. Het water was daar 1,60 tot 1,80 meter diep, in een warme zomer zelfs zo'n tien centimeter minder. Hij liep een incomplete dwarslaesie op en is sindsdien blijvend aangewezen op een rolstoel.
Hij stelde de beheerder van het gebied aansprakelijk, en ook diens verzekeraar Nationale-Nederlanden. Zijn verwijt was eenvoudig: nergens stond een bord dat waarschuwde voor ondiep water of dat duiken verbood. De beheerder en de verzekeraar wezen elke aansprakelijkheid van de hand.
Waarom een deelgeschil?
Omdat partijen er samen niet uitkwamen, legde de man de zaak voor in een deelgeschilprocedure. Die procedure bestaat speciaal voor letselschadezaken. U hoeft dan niet meteen een volledige rechtszaak te beginnen als de onderhandelingen op één punt vastlopen.
De rechter hakt die ene knoop door, zodat partijen daarna weer verder kunnen praten. Hier was dat de vraag of de beheerder aansprakelijk is, en zo ja, voor welk deel van de schade.
De meetlat: het Kelderluik-arrest
Of iemand aansprakelijk is voor een gevaarlijke situatie, toetst de rechter nog altijd aan een arrest van de Hoge Raad uit 1965. Dat ging over een cafébezoeker die in een openstaand kelderluik viel, vandaar de naam. De kern: wie een gevaarlijke situatie laat bestaan, handelt onrechtmatig als hij anderen blootstelt aan meer risico dan redelijkerwijs verantwoord is.
Om dat te bepalen, stelt de rechter vier vragen. Hoe waarschijnlijk is het dat mensen niet goed opletten? Hoe groot is de kans dat daardoor een ongeluk gebeurt? Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? En hoe lastig is het om voorzorgsmaatregelen te nemen? De rechtbank liep ze in deze zaak één voor één langs.
De plek nodigde uit tot zwemmen én duiken
De rechtbank stelt vast dat de beheerder deze plek zelf aantrekkelijk had gemaakt om te recreëren en te zwemmen. Al die voorzieningen, van de parkeerplaatsen tot het toiletgebouw, trekken mensen naar het water. En de steiger maakt duiken extra verleidelijk, omdat je je er goed vanaf kunt zetten. Op de andere zwemplekken in het gebied kun je het water alleen in lopen.
Veelzeggend is de verklaring van een opzichter van het gebied zelf. Volgens hem werd er bij de duikzone veel gezwommen en haalden bezoekers, vooral jongeren, regelmatig 'de gekste capriolen' uit. Ze sprongen van een brug verderop of doken op allerlei manieren vanaf de steiger. De beheerder wist dus, of had moeten weten, dat daar gedoken werd. En dat niet iedereen daarbij even voorzichtig was.
Grote kans, ernstige gevolgen
Water van anderhalve meter diep is ondiep, zeker voor wie er met het hoofd vooruit in duikt. De rechtbank vond de kans op een ongeluk dan ook groot. Dat de beheerder geen eerdere ongevallen kende, deed daar niets aan af. Dat het nooit eerder misging, betekent niet dat het niet kan misgaan.
Over de ernst van de gevolgen hoefde de rechtbank niet lang na te denken. Het is algemeen bekend dat een duik in ondiep water kan eindigen in zeer ernstig letsel, zoals een dwarslaesie.
Een bord was een kleine moeite geweest
Het verweer dat veiligheidsmaatregelen te bezwaarlijk waren, veegde de rechtbank van tafel. Een waarschuwings- of verbodsbord bij de voorzieningen en bij de ingang van de parkeerplaats had volstaan. Op die parkeerplaats stond zelfs al een bord met pictogrammen over wat wel en niet mag. Eén extra regel op dat bord had het verschil kunnen maken.
De beheerder had nog een opvallend argument. Een bord op alleen deze plek zou bezoekers op het idee brengen dat duiken elders wél veilig is, en dat zou juist gevaar opleveren. De rechtbank ging daar niet in mee. Nergens anders langs de steiger stonden voorzieningen die mensen uitnodigden om daar te zwemmen of te duiken. Ook de officiële zwemlocatie in de buurt hielp de beheerder niet. Wie een andere plek zelf zo inricht dat die uitnodigt tot zwemmen, mag er niet van uitgaan dat mensen alleen op de officiële plek het water in gaan. Zeker niet als nergens staat dat het verboden is.
Tot slot wees de beheerder op een recent arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Daarin werd een gemeente juist níet aansprakelijk gehouden na een duik in ondiep water. Maar daar dook iemand vanaf een bijna twee meter hoge kademuur aan de IJhaven, vlak naast een trapsgewijs terras aan het water. Die kans was volgens het hof zo klein dat de gemeente er geen rekening mee hoefde te houden. Hier lag dat wezenlijk anders.
De conclusie: de beheerder heeft haar zorgplicht geschonden en is aansprakelijk. Omdat een slachtoffer de verzekeraar van de aansprakelijke partij rechtstreeks mag aanspreken, is ook Nationale-Nederlanden aansprakelijk.
Had een bord echt iets uitgemaakt?
Op dit punt kantelt een zaak vaak. Een verzekeraar kan immers stellen dat het slachtoffer ook mét bord was gedoken. Dat gebeurde hier ook: de man kende de plek, had gedronken en het was al donker. Een bord had volgens de beheerder dus niets veranderd. De rechtbank zag dat anders. Toen de man in het gebied aankwam, was het nog licht en had hij nog niet zoveel gedronken als later die avond. Een bord bij de parkeerplaats had hij dus gewoon gezien. Dat hij de plek goed kende, betekende nog niet dat hij besefte hoe gevaarlijk een duik daar was.
Met een waarschuwingsbord was dat besef er waarschijnlijk wel geweest, oordeelde de rechtbank. Dan had hij daar niet gedoken, ook niet bij eerdere bezoeken. Daarmee stond het oorzakelijk verband tussen het ontbrekende bord en de schade vast. Voor slachtoffers is dit een belangrijke overweging. Het verweer dat een waarschuwing toch niet had geholpen, komen wij in de praktijk geregeld tegen. Deze uitspraak laat zien dat zo'n verweer niet zomaar opgaat.
Eigen schuld: de helft van de schade
Daarmee was de zaak nog niet klaar. De beheerder voerde aan dat de man zelf ook schuld had aan het ongeval en daarin kreeg zij gelijk.
In het letselschaderecht heet dat eigen schuld. Heeft het slachtoffer zelf bijgedragen aan het ontstaan van de schade, dan hoeft de aansprakelijke partij niet alles te vergoeden. De rechter kijkt dan eerst in welke mate ieders gedrag het ongeluk heeft veroorzaakt. De feiten pakten hier niet gunstig uit voor de man. Hij was 30 jaar en 1,95 meter lang, en hij wist dat het water 1,60 tot 1,80 meter diep was. Sinds zijn achttiende kwam hij er geregeld om te zwemmen en te voetballen, hij had er gesnorkeld en de bodem was die dag vanaf de kant te zien.
Diezelfde dag was hij al meerdere keren het water in gedoken. Bij een bommetje had hij zelfs de bodem geraakt. Bovendien had hij volgens zijn medisch dossier zo'n tien eenheden alcohol op, goed voor ongeveer 1,5 tot 2 promille. Met zoveel drank heb je minder controle over hoe je duikt en ben je minder voorzichtig. Ook dat noemde de rechtbank een feit van algemene bekendheid. De man had onder deze omstandigheden een groot risico genomen, oordeelde de rechtbank. Zijn aandeel in het ontstaan van het ongeval stelde zij op 50 procent.
Billijkheid: van 50 naar 70 procent
Toch komt de man er uiteindelijk beter vanaf dan die verdeling doet vermoeden. Na de eerste verdeling kijkt de rechter namelijk nog of de uitkomst wel redelijk is. Dat heet de billijkheidscorrectie. Daarbij tellen onder meer mee hoe ernstig de fouten over en weer zijn, hoe zwaar het letsel is en wie er verzekerd is. In deze zaak vond de rechtbank dat de billijkheid een andere verdeling eiste. De man liep op jonge leeftijd blijvend zwaar letsel op. Hij was zelf niet verzekerd voor deze schade, de beheerder wel. En de schade is omvangrijk. Daarom kreeg hij er 20 procent bij. De beheerder en Nationale-Nederlanden moeten 70 procent van zijn schade vergoeden. De overige 30 procent blijft voor zijn eigen rekening.
Dat verschil van twintig procentpunt klinkt misschien technisch, maar bij een dwarslaesie gaat het om veel geld. Denk aan jarenlang inkomensverlies, een aangepaste woning, hulpmiddelen en zorg. Juist bij zwaar en blijvend letsel loont het om scherp te zijn op de billijkheidscorrectie.
Conclusie
Beheerders van recreatiegebieden hebben een serieuze zorgplicht. Wie een plek zo inricht dat mensen er komen zwemmen en weet dat er vanaf een steiger wordt gedoken, moet waarschuwen voor ondiep water. Een bord kost weinig, de gevolgen van één verkeerde duik zijn soms onomkeerbaar. En dat er nooit eerder iets is gebeurd, is geen excuus.
Tegelijk laat de uitspraak zien dat het gedrag van het slachtoffer zwaar meeweegt. De alcohol en zijn kennis van de waterdiepte kostten de man in eerste instantie de helft van zijn schadevergoeding. Dankzij de billijkheidscorrectie bleef dat uiteindelijk beperkt tot 30 procent.
Daar zit voor slachtoffers een belangrijke les in. Ook als u zelf een fout heeft gemaakt, kunt u recht hebben op een flinke schadevergoeding. Laat u dus niet te snel afschepen door een afwijzing van de verzekeraar. Of een beheerder aansprakelijk is, hangt sterk af van de situatie ter plaatse; de zaak in Amsterdam liep niet voor niets anders af. Juist daarom is het verstandig om iemand met verstand van zaken naar uw situatie te laten kijken.
Heeft u vragen over aansprakelijkheid na een ongeval in een recreatiegebied, of over eigen schuld?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.



