Hof ’s-Hertogenbosch: gemeente aansprakelijk voor val over slecht zichtbare biggenruggen
Paulien Gossens
23/10/26

Op 21 juli 2026 deed het hof ’s-Hertogenbosch uitspraak in een zaak die Paulien Gossens van ons kantoor voerde voor een fietsster die over biggenruggen ten val kwam. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant: de situatie ter plaatse was gevaarlijk en de gemeente is daarvoor aansprakelijk. Een mooie overwinning voor JBA.
Het arrest is op 23 oktober 2026 gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.
Waar ging het om?
In de nacht van 12 op 13 januari 2019 fietste onze cliënte naar huis. Het was donker en het regende. Op een kruispunt wilde ze linksaf en omdat er verder geen verkeer was, stak ze het kruispunt schuin over. Toen ze vanaf de rijbaan het fietspad op wilde rijden, reed ze ergens tegenaan en kwam ze hard ten val.
Pas daarna zag ze waar ze tegenaan was gefietst: biggenruggen. Dat zijn lage, halfronde betonnen randen, die hier het fietspad van de rijbaan scheidden. Ze hadden dezelfde kleur als het asfalt en waren daardoor nauwelijks te zien. De volgende dag ging ze naar de spoedeisende hulp. Daar bleek ze onder meer meerdere botbreuken te hebben, en een operatie was nodig.
Omdat de biggenruggen zo slecht zichtbaar waren, stelde onze cliënte de gemeente aansprakelijk. De verzekeraar van de gemeente wilde echter geen kant op. Een procedure was daarmee onvermijdelijk.
De rechtbank: de weg was gebrekkig
In de deelgeschilprocedure die volgde, kreeg onze cliënte gelijk. Uit de foto's en de video-opname bleek volgens de rechtbank dat de biggenruggen niet, of in elk geval onvoldoende, zichtbaar waren. In het donker en in de regen gold dat eens te meer. Ook de belijning maakte ze niet beter zichtbaar.
De zwart-witte verkeerszuil aan het begin van het fietspad was evenmin een afdoende waarschuwing. Zulke zuilen staan in allerlei verkeerssituaties, en niet gebleken was dat ze specifiek bedoeld zijn om te waarschuwen voor obstakels erachter.
De gemeente had de biggenruggen volgens de rechtbank eenvoudig zichtbaarder kunnen maken, bijvoorbeeld met een andere kleur of met reflectoren. Ook waarschuwingsborden waren een optie geweest. Dat woog temeer omdat de gemeente rekening had moeten houden met weggebruikers die schuin oversteken. De conclusie: de weg was gebrekkig, en de gemeente is aansprakelijk voor de schade. Wel rekende de rechtbank onze cliënte een derde eigen schuld aan, omdat zij schuin overstak en daardoor niet (direct) het verplichte fietspad gebruikte.
Tussentijds hoger beroep: een verkeerskundige kijkt mee
De gemeente legde zich daar niet bij neer en ging in tussentijds hoger beroep. Het hof besloot een verkeerskundige in te schakelen, vooral om te laten onderzoeken hoe groot de kans op een ongeval op deze plek eigenlijk was.
Volgens die deskundige voldeed de weginrichting grotendeels aan de basiskenmerken van Duurzaam Veilig, maar zag hij ook een aantal afwijkingen. De plek van het ongeval ligt aan een gebiedsontsluitingsweg: een verkeersader waar ook met hogere snelheden wordt gereden. Toch ontbrak een middengeleider die de rijrichtingen van elkaar scheidt, terwijl de CROW-richtlijnen die wel voorschrijven. De deskundige tekende daarbij aan dat het om huidige richtlijnen gaat, die van later datum zijn dan het wegontwerp. Zo'n middengeleider had het schuin oversteken onmogelijk gemaakt, of in elk geval minder aantrekkelijk.
Ook een paar details vielen hem op. Er lagen geen kanalisatiestrepen, de strepen die fietsers en voetgangers naar de overkant leiden, en er was geen asmarkering. Met kanalisatiestrepen was het voor onze cliënte duidelijk geweest dat ze op de rijbaan uitkwam, en niet op het fietspad.
Over de biggenruggen zelf was de deskundige helder. Het was niet ongebruikelijk om ze in zo'n situatie toe te passen. Maar volgens de CROW-richtlijnen moeten ze wit of zwart-wit geblokt worden geschilderd, en het staat vast dat dat hier niet was gebeurd. De deskundige schreef daarover:
“De zichtbaarheid van de biggenruggen ten tijden van het ongeval was in het beste geval matig, en de zichtbaarheid was vooral dankzij het contrast van het grijs van de biggenrug met de witte streep aan weerszijden van de biggenruggen. Zonder de witte streep was de biggenrug slecht zichtbaar geweest. De matige zichtbaarheid van de biggenruggen geldt zowel bij daglicht als bij straatverlichting. De regen – een niet ongebruikelijke situatie – zal de zichtbaarheid van de biggenruggen nog weer verder hebben verslechterd.”
Het oordeel van het hof
Het hof volgde de deskundige. Een biggenrug moet onder alle omstandigheden goed zichtbaar zijn, en dat was hier niet zo. Zijn betonnen obstakels op de weg slecht te zien, dan is de kans groot dat weggebruikers ertegenaan rijden, vallen en ernstig letsel oplopen. De gemeente had dat met een relatief eenvoudige en goedkope maatregel kunnen voorkomen, maar liet dat na. Daarmee was de weg gebrekkig: er bestond gevaar voor weggebruikers, en dat gevaar heeft zich bij onze cliënte verwezenlijkt.
Dat onze cliënte schuin overstak, speelde volgens het hof maar een ondergeschikte rol. Een gemeente moet een weg zo veilig mogelijk inrichten. Dat betekent ook dat biggenruggen goed zichtbaar moeten zijn voor al het verkeer, dus ook voor fietsers die om welke reden dan ook op de rijbaan belanden en op enig moment het fietspad op sturen. Die maatregel is zo eenvoudig te treffen dat het er nauwelijks toe doet hoe een fietser op het verkeerde deel van de weg terechtkomt. Zeker omdat een botsing met een betonnen biggenrug tot zeer ernstig letsel kan leiden.
Het hof wees er bovendien op dat kanalisatiestrepen onze cliënte naar de overkant van de kruising hadden kunnen leiden. Doordat die ontbraken, kwam ze op de rijbaan terecht, zonder te beseffen dat ze daar niet mocht fietsen. Ook dat kwam dus mede door een gebrek aan de weg. Op biggenruggen hoefde ze daar niet bedacht te zijn.
Alle grieven van de gemeente faalden. De weg was gebrekkig, omdat kanalisatiestrepen en asmarkering ontbraken en de biggenruggen niet wit of zwart-wit geblokt waren geschilderd. De gemeente is daarom op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk voor de schade van onze cliënte. Aan het oordeel dat zij voor een derde deel eigen schuld heeft, verandert het arrest niets: dat punt lag in hoger beroep niet voor.
Conclusie
We zijn blij met dit arrest. Allereerst voor onze cliënte, maar ook voor de praktijk. Daar zien we regelmatig dat de beleidsvrijheid van wegbeheerders in de weg staat aan hun aansprakelijkheid. Hopelijk zet deze uitspraak wegbeheerders ertoe aan hun wegen veiliger in te richten. Voorkomen is immers nog altijd beter dan genezen.
Contact
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan gerust contact met ons op. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of via info@jba.nl.



