Algemeen

Ook een uitwonende stiefzoon kan recht hebben op affectieschade

Zijn biologische vader was al sinds zijn vroege jeugd uit beeld. De nieuwe partner van zijn moeder, die in 2015 in zijn leven kwam, werd voor hem een echte vader. Twee maanden nadat de jongeman op zichzelf was gaan wonen, werd zijn stiefvader in Groningen doodgeschoten.

Heeft zo'n uitwonende stiefzoon recht op affectieschade? Volgens de wet niet vanzelf. Toch kende het hof hem die vergoeding toe. De Hoge Raad liet dat oordeel op 27 oktober 2026 in stand. De uitspraak is dezelfde dag gepubliceerd en kunt u hier teruglezen.

Wat is affectieschade?

Sinds 1 januari 2019 kunnen naasten van iemand die door toedoen van een ander overlijdt of ernstig en blijvend gewond raakt, affectieschade vorderen. Het is een vast bedrag als erkenning voor het verdriet om het verlies van een dierbare. Geld maakt dat verdriet niet goed. Maar de wet erkent er wel mee dat het verlies diep ingrijpt.

Wie recht heeft op affectieschade, staat in de wet. Het gaat om een bewust kleine kring van mensen met een heel nauwe band met het slachtoffer. Bij overlijden zijn dat de echtgenoot of geregistreerd partner, de vaste levenspartner met wie het slachtoffer samenwoonde, de ouders en de kinderen. Daarnaast vallen er mensen onder die in gezinsverband langdurig voor het slachtoffer zorgden, of voor wie het slachtoffer zorgde.

Een stiefkind dat bij het slachtoffer in huis woont, valt daar volgens de wetsgeschiedenis meestal onder. Maar wie al uit huis is, valt buiten die vaste kring. Dan blijft alleen de zogenoemde hardheidsclausule over (art. 6:108 lid 4 onder g BW). Die biedt ruimte voor een 'andere persoon' die zo'n nauwe persoonlijke relatie met het slachtoffer had dat het redelijk is om hem toch als naaste te zien. Dat is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen.

Wat is er gebeurd?

In juli 2022 schoot een man in Groningen een ander in de buik. Het slachtoffer overleed. De dader werd veroordeeld voor doodslag. In de strafzaak sloot de stiefzoon van het slachtoffer zich aan als benadeelde partij. Hij vorderde € 17.500 aan affectieschade.

In een brief beschreef hij wat zijn stiefvader voor hem betekende. Ze leerden elkaar kennen in 2015. Eerst kwam de stiefvader in het weekend logeren, later trok hij bij moeder en zoon in. De biologische vader was na het derde of vierde levensjaar van de jongen nooit meer in beeld geweest. 'En ik zag hem ook als mijn vader', schreef de stiefzoon.

Zijn stiefvader stond er altijd voor hem. De jongen had het jarenlang moeilijk, met problemen op school, psychische klachten en drugsgebruik. Zijn stiefvader praatte veel met hem, hielp hem een opleiding kiezen en zijn financiën op orde te krijgen. 'Door [hem] ben ik weer op het rechte pad gekomen', schreef hij.

Op 1 mei 2022 ging de stiefzoon op zichzelf wonen. Ook daarbij speelde zijn stiefvader een grote rol. Hij zocht mee naar woningen en stuurde advertenties door. Na de verhuizing appten ze veel en ging de jongeman in het weekend vaak langs. Twee maanden later werd zijn stiefvader doodgeschoten.

Waarom de hardheidsclausule?

Had de stiefzoon nog thuis gewoond, dan was de zaak vermoedelijk eenvoudig geweest. Dan viel hij onder de vaste kring van naasten. Maar door zijn verhuizing twee maanden eerder kon hij alleen nog een beroep doen op de hardheidsclausule. Zijn advocaat wees erop dat zo'n hechte band niet in twee maanden verdwijnt.

Het verweer van de verdachte

De advocaten van de verdachte vonden dat de vordering niet in de strafzaak thuishoorde. Of iemand een beroep kan doen op de hardheidsclausule, vergt volgens hen te veel uitzoekwerk voor een strafrechter. Bovendien was de onderbouwing te mager. Uit de brief bleek niet eens wanneer de stiefvader precies bij moeder en zoon was komen wonen. Hoe hecht de band werkelijk was, bleef daardoor onduidelijk.

Het hof wijst de vordering toe

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zag dat anders. Voor de hardheidsclausule moet een hechte affectieve relatie worden aangetoond. Niet de formele band is beslissend, maar hoe de relatie in werkelijkheid was. Daarbij tellen onder meer de intensiteit, de aard en de duur van de relatie.

Volgens het hof had de stiefzoon concreet gemaakt en onderbouwd dat die hechte band er was. De verdediging had dat beeld van de relatie bovendien maar in zeer beperkte mate betwist. Het hof vond de omstandigheden dan ook zo bijzonder dat een beroep op de hardheidsclausule gerechtvaardigd was.

Het hof kende € 15.750 toe. Dat is 90 procent van het gevorderde bedrag, omdat het hof een beroep op eigen schuld deels honoreerde. Daarnaast legde het hof de schadevergoedingsmaatregel op. Daarmee neemt de Staat het innen van het bedrag bij de dader op zich.

De Hoge Raad laat het oordeel in stand

De verdachte ging in cassatie, maar kreeg bij de Hoge Raad geen gelijk. De Hoge Raad herhaalt eerst de uitgangspunten, die hij ook al in een uitspraak van januari 2026 had geformuleerd. De wetgever heeft de kring van rechthebbenden bewust klein gehouden. Wordt die te ruim, dan wordt de regeling onbeheersbaar en verliest de erkenning haar waarde. Wie zich op de hardheidsclausule beroept, moet dus een hechte affectieve relatie aantonen.

Daarna kijkt de Hoge Raad naar deze zaak. De stiefvader was jarenlang de vaderfiguur van de jongen. Hij hielp hem door een moeilijke periode heen en speelde ook bij de verhuizing een grote rol. Na die verhuizing bleef het contact intensief. Dat het hof die omstandigheden zo uitzonderlijk vond dat de hardheidsclausule van toepassing is, is volgens de Hoge Raad juridisch juist en voldoende gemotiveerd.

De Hoge Raad wijst daarbij ook op de wetsgeschiedenis. Daarin staat met zoveel woorden dat stiefkinderen die niet langer bij de stiefouder wonen, een beroep op de hardheidsclausule kunnen hebben. De wetgever dacht daarbij aan meerderjarige stiefkinderen met een relatie die vergelijkbaar is met die tussen ouder en kind. Deze zaak sluit daar goed op aan.

Conclusie

De kring van mensen die recht hebben op affectieschade is klein. Dat blijft ook zo. Maar deze uitspraak laat zien dat de hardheidsclausule echt ruimte biedt. Het gaat niet om papieren banden, maar om de werkelijke relatie. En een hechte band verdwijnt niet op het moment dat iemand verhuist.

Voor nabestaanden zitten er een paar belangrijke lessen in.

  • Een stiefkind dat uit huis is, kan nog steeds recht hebben op affectieschade. Dat geldt zeker als de stiefouder in de praktijk de rol van vader of moeder vervulde.
  • Onderbouw de band concreet. Hoe lang kende u elkaar, wat deed u samen en hoe hielp u elkaar? Een persoonlijke brief kan daarbij veel zeggen. De stiefzoon kreeg mede gelijk omdat de verdediging zijn verhaal nauwelijks betwistte.
  • Ook in een strafzaak kunt u affectieschade vorderen. U kunt zich als benadeelde partij aansluiten. Laat u daarbij goed bijstaan, zeker als u een beroep moet doen op de hardheidsclausule.

Tegelijk blijft het maatwerk. De hardheidsclausule is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen. Broers en zussen bijvoorbeeld vallen er volgens de wetgever in principe niet onder, tenzij er een heel bijzondere band is, zoals bij langdurig samenwonen en voor elkaar zorgen.

Heeft u vragen over affectieschade na het overlijden van een dierbare?

Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.

‍

Dit artikel is geschreven door
Bart van Giessen

Heb je vragen? Neem vrijblijvend contact op.

Bewijs

Letselschade­specialisten waar je op kunt bouwen

12.000+
Tevreden klanten


Dé letselschadespecialist van Zuid-Nederland.

12.000+
Zaken

Ruime ervaring met verkeersongevallen en bedrijfsletsel.

9.4
Op Trustoo

"JBA heeft ons dossier buitengewoon goed en effectief afgehandeld."

Gespecialiseerd en gecertificeerd

De advocaten van JBA zijn specialisten. Het kantoor is aangesloten bij het Keurmerk Letselschade.

Heb je wat anders op je hart?

Stel ons je vraag. We antwoorden graag.