Van 20 naar 100%: hof houdt werkgever volledig aansprakelijk voor rugklachten sjorder
Floor Straathof
19/10/26

Ruim twintig jaar zwaar sjorwerk in de haven en daarna chronische nek- en rugklachten. Kwam dat door het werk, of door iets anders? Die vraag houdt slachtoffers van een beroepsziekte vaak jarenlang bezig. Want medisch is het verband zelden zwart-wit.
De kantonrechter vond het verband te onzeker en hield de werkgever voor maar 20% aansprakelijk. Het Gerechtshof Den Haag denkt daar in een tussenarrest van 29 september 2026 heel anders over: de werkgever moet de volledige schade vergoeden. De uitspraak kunt u hier teruglezen.
Wat is er gebeurd?
De man begon in 1989 als sjorder. Sjorders zetten de lading op zeeschepen vast en maken die weer los, vooral containers. Dat is zwaar werk. Sjorstangen wegen zo'n 20 tot 25 kilo, sommige nog meer, en een twistlock, het koppelstuk tussen containers, ruim 6 kilo. Er wordt veel gewerkt met een gedraaide rug onder belasting en boven schouderhoogte.
Vanaf eind 1996 werkte hij feitelijk onder leiding en toezicht van havenbedrijf Matrans, eerst via een ander bedrijf en later in vaste dienst. Uiteindelijk was hij sjorteamleider, fulltime in ploegendienst. Dat het werk zwaar was, wist Matrans al lang. Een risico-inventarisatie uit 2005 wees al op zwaar lichamelijk werk, ongunstige houdingen en een hoog tempo. In 2007 kreeg Matrans een waarschuwing van de Arbeidsinspectie, omdat het bedrijf de fysieke belasting onvoldoende in kaart had gebracht. Een onderzoek uit 2011 bevestigde dat die belasting boven de normen lag.
In mei 2013 viel de man definitief uit met chronische nek- en rugklachten. Terugkeer in zijn eigen werk bleek niet mogelijk. Hij werd volledig arbeidsongeschikt verklaard en in 2016 volgde zijn ontslag. In 2019 stelde hij Matrans aansprakelijk voor zijn schade. De bedrijfsarts concludeerde begin 2020 dat zijn klachten werkgerelateerd waren.
De kantonrechter: twintig procent
De zaak liep jarenlang bij de kantonrechter in Rotterdam. Die stelde eerst vast welke werkzaamheden de man had gedaan, hoe vaak en op welke manier. Daarna benoemde hij een orthopedisch chirurg als onafhankelijk deskundige.
Die deskundige kwam met een voorzichtige conclusie. Dat het werk had bijgedragen aan de nek- en rugklachten, noemde hij 'mmogelijk waarschijnlijk'. Maar hetzelfde gold voor andere factoren buiten het werk. Hij wees er ook op dat in het algemeen zo'n 37% van de lage rugklachten met het werk samenhangt en meer bij mannen met zwaar lichamelijk werk.
Voor de kantonrechter was dat te mager om volledige aansprakelijkheid aan te nemen. Het verband tussen werk en klachten was volgens hem te onzeker. Wel was de kans dat het werk de oorzaak was niet zeer klein. Daarom koos hij voor proportionele aansprakelijkheid. Dat betekent dat de werkgever een deel van de schade betaalt, afgestemd op de kans dat het werk de klachten heeft veroorzaakt. De kantonrechter kwam uit op 20%.
Beide partijen gingen in hoger beroep. De man wilde volledige vergoeding. Matrans vond zelfs 20% te veel.
De omkeringsregel: een steun in de rug voor de werknemer
Om het oordeel van het hof te begrijpen, moet u één regel kennen. Een werkgever moet zorgen dat zijn werknemers veilig kunnen werken. Dat staat in artikel 7:658 BW. Loopt een werknemer toch schade op tijdens het werk, dan is de werkgever aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem mocht worden verwacht.
Bij een beroepsziekte komt daar nog iets bij. De werknemer hoeft niet precies te bewijzen dat zijn werk de klachten heeft veroorzaakt. Het is genoeg als hij aannemelijk maakt dat hij onder schadelijke omstandigheden heeft gewerkt, en dat zijn klachten daardoor kunnen zijn ontstaan. Dan wordt vermoed dat het werk de oorzaak is. Het is vervolgens aan de werkgever om dat vermoeden te weerleggen. Juristen noemen dit de arbeidsrechtelijke omkeringsregel.
Die regel geldt alleen niet als het verband tussen werk en klachten te onzeker of te vaag is. Daar draaide deze zaak om.
50% kans is genoeg
Het hof las het deskundigenrapport anders dan de kantonrechter. De deskundige noemde het werk 'mogelijk waarschijnlijk' als oorzaak en andere factoren ook. Volgens het hof betekent dat: de kans dat het werk de klachten heeft veroorzaakt, is even groot als de kans op een andere oorzaak. Fifty-fifty dus.
En een kans van 50% is niet te onzeker of te vaag, oordeelt het hof. Dat is genoeg om de omkeringsregel toe te passen. Daarmee lag de bal bij Matrans. Die moest nu aantonen dat de klachten níet door het werk kwamen.
De bedrijfsarts versterkte het vermoeden nog. Hij had zijn conclusie dat de klachten werkgerelateerd waren goed onderbouwd, vond het hof, en had geen andere oorzaken gevonden.
Roken, aanleg en eerdere klachten
Matrans gooide er een hele reeks mogelijke andere oorzaken tegenaan. Roken, alcohol, overgewicht, psychische klachten, opleiding en inkomen. Het hof liet ze één voor één afketsen. Matrans had nauwelijks concrete, controleerbare gegevens aangedragen. Van overgewicht, alcoholgebruik of psychiatrische klachten bleek niets en de man was ook niet werkloos. En zo'n vijf sigaretten per dag vond het hof te weinig om iets te betekenen.
Ook het argument van erfelijke aanleg hield geen stand. De vader en de broer van de man hadden ook rugklachten. Maar de vader had onder vergelijkbare omstandigheden gewerkt, in hetzelfde team. Een erfelijke oorzaak vond het hof daarom niet aannemelijk. Tot slot wees Matrans op eerdere klachten in 1996 en 2008. Volgens de bedrijfsarts waren die kortdurend en niet specifiek. Bij zijn aanstellingskeuring had de man bovendien geen klachten. Van eerder bestaande rugproblemen was volgens het hof geen sprake.
De les voor werkgevers en hun verzekeraars is duidelijk. Wie het vermoeden wil weerleggen, moet met objectieve medische gegevens komen. Een opsomming van wat in theorie ook rugklachten kan veroorzaken, is niet genoeg.
Niet tussen wal en schip
Matrans probeerde het nog op een andere manier. De man werkte vóór eind 1996 bij een ander havenbedrijf, Oceana. Volgens Matrans konden de klachten in die periode zijn ontstaan, en daar is Matrans niet verantwoordelijk voor.
Ook dat argument faalde. De deskundige had dat verband niet gelegd en de bedrijfsarts had het weerlegd. Maar het hof gaat nog een stap verder. Zelfs als het werk bij Oceana had bijgedragen, blijft Matrans aansprakelijk. Beide werkgevers zijn dan hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent dat de werknemer zijn volledige schade bij één van hen kan halen. Zo voorkomt de wet dat een slachtoffer tussen wal en schip raakt omdat niet precies vast te stellen is welke werkgever welk deel van de schade heeft veroorzaakt.
De zorgplicht: niet nagekomen
Blijft de vraag of Matrans genoeg had gedaan om de klachten te voorkomen. Het antwoord van het hof is kort: nee. De waarschuwing van de Arbeidsinspectie uit 2007 ging juist over dit werk. En voor de jaren 1997 tot 2005 kon Matrans niet laten zien dat zij de fysieke belasting ooit had beoordeeld, terwijl de Arboregels dat wel eisen.
Matrans probeerde in hoger beroep nog het werk lichter voor te stellen dan het was. Volgens een interne rapportage bestond het sjorwerk vooral uit lichter stukgoedwerk. Het hof ging daar niet in mee. Welke werkzaamheden de man had gedaan, had de kantonrechter al vastgestelden daar was in hoger beroep niet tegen opgekomen.
Volledig aansprakelijk en wat nu?
De conclusie van het hof: Matrans is aansprakelijk voor de volledige schade door de nek- en rugklachten. Niet voor 20%, maar voor alles. Aan proportionele aansprakelijkheid kwam het hof niet meer toe. Alleen voor de heupklachten van de man ligt dat anders. Dat die door het werk kwamen, was al in eerste aanleg niet aangenomen en daar bleef het bij.
Wat dat verschil betekent, laat zich raden. De man viel begin veertig volledig uit, met een laatste salaris van ruim € 4.100 bruto per maand. Bij zo'n zaak gaat het om jarenlang inkomensverlies tot aan zijn pensioen. Of de werkgever daarvan een vijfde of het geheel moet vergoeden, maakt een enorm verschil.
Het is een tussenarrest, dus de zaak is nog niet klaar. Het hof stelt de hoogte van de schade zelf vast, in deze procedure. Een aparte procedure daarvoor is niet nodig. De man moet nu zijn schadeposten op een rij zetten en zo veel mogelijk onderbouwen met controleerbare stukken. Daarna mag Matrans reageren. Over de proceskosten beslist het hof later.
Conclusie
Bij een beroepsziekte is het medische verband bijna nooit honderd procent zeker. Klachten ontstaan geleidelijk, en er zijn altijd andere factoren te bedenken. Deze uitspraak laat zien dat die onzekerheid niet automatisch voor rekening van de werknemer komt.
Heeft u onder zware of schadelijke omstandigheden gewerkt en passen uw klachten daarbij, dan wordt vermoed dat het werk de oorzaak is. Volgens het hof is een kans van vijftig procent daarvoor genoeg. Wil de werkgever onder dat vermoeden uitkomen, dan moet hij met objectieve medische gegevens komen. Een rijtje theoretische alternatieven volstaat niet. En heeft u bij meerdere werkgevers gewerkt, dan kunnen zij elkaar niet de bal toespelen.
Wat in deze zaak ook hielp: er lag veel op papier. Een risico-inventarisatie, een waarschuwing van de Arbeidsinspectie, een onderzoek naar de fysieke belasting en een duidelijk rapport van de bedrijfsarts. Bovendien had de man al in 2016 zijn rechten voorbehouden, zodat zijn vordering niet verjaarde. Juist bij beroepsziekten, waar jaren tussen werk en procedure kunnen liggen, maakt dat het verschil.
Heeft u klachten door uw werk en wilt u weten of uw werkgever aansprakelijk is?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl



