
Wie de kunstpagina's van de afgelopen weken heeft gevolgd, ziet een duidelijk patroon. Italië wil een eigen commissie voor kunst die tussen 1933 en 1945 is afgenomen van vervolgde families. Volgens het wetsvoorstel moet die commissie binnen 180 dagen over een claim beslissen. Verjaring mag daarbij geen rol spelen en ook particuliere collecties vallen eronder. Italië sluit daarmee aan bij landen als Duitsland, Frankrijk en Nederland, waar zo'n commissie al jaren bestaat.
In de Verenigde Staten hebben Californië en het Congres de regels zo aangepast dat musea zich nauwelijks nog kunnen beroepen op het verstrijken van de tijd. Twee musea vechten die wetten nu aan. Een daarvan is het Norton Simon Museum in Pasadena. Daar gaat het om de 'Adam en Eva' van Lucas Cranach, een tweeluik dat in 1940 uit de voorraad van de Amsterdamse kunsthandelaar Jacques Goudstikker in handen van Göring kwam. Na de oorlog belandde het bij de Nederlandse Staat. Die droeg het in 1966 over aan een man die stelde dat het eerder van zijn familie was afgenomen. Op 14 september van dit jaar zijn er nieuwe claims over ingediend.
Ook Nederland geeft terug. In 2023 bracht Nederland de stoffelijke resten van negen inheemse mensen terug naar Sint Eustatius. En op 7 oktober van dit jaar droeg het Allard Pierson in Amsterdam een antieke vaas over aan Sicilië. Over die vaas gaat dit blog.
De rode draad kent u misschien uit mijn blog Restitutie is allang geen eigendomsvraag meer. Of een object terug moet, hangt steeds minder af van de vraag wie juridisch eigenaar is. Daarmee is het verhaal alleen niet af. Achter bijna elk teruggegeven object staat iemand die ervoor betaald heeft. Vaak te goeder trouw en soms voor veel geld.
Wie draagt dat verlies? Kan de koper iemand aanspreken? Betaalt de verzekering? En welke schade komt dan voor vergoeding in aanmerking? Het zijn vragen uit het aansprakelijkheidsrecht, het verzekeringsrecht en het schadevergoedingsrecht, drie rechtsgebieden die elkaar zelden zo duidelijk raken. Ik leg ze uit aan de hand van de vaas uit Centuripe.
De vaas uit Centuripe
Centuripe is een stadje in het binnenland van Sicilië. In de derde eeuw voor Christus maakten pottenbakkers daar korte tijd een zeldzaam soort aardewerk, beschilderd in heldere kleuren. Een van die stukken is een pyxis, een vaas met deksel. Op de vaas is een bruiloft te zien waar de god Apollo op toekijkt.
In 1997 kocht het Allard Pierson, het archeologisch museum van de Universiteit van Amsterdam, de vaas op de TEFAF in Maastricht. De verkoper was een Zwitserse kunsthandelaar. Hij verklaarde dat de vaas al vóór 1970 in Zwitsers particulier bezit was. Dat jaartal was niet toevallig gekozen. In 1970 kwam het UNESCO-verdrag tegen de illegale handel in cultuurgoederen tot stand. Een object dat al vóór dat jaar uit het land van herkomst was vertrokken, gold in de handel als onproblematisch. Documenten over de herkomst of een exportvergunning kreeg het museum niet. Het ging af op de verklaring van de handelaar.
In 2017 vroegen de Siciliaanse autoriteiten de vaas terug. Aanleiding waren foto's die waren opgedoken in het archief van een historische vereniging in Centuripe. Ze waren gemaakt door een plaatselijke fotograaf die naast zijn gewone opdrachten vers opgegraven vondsten fotografeerde voor grafrovers. Op een van zijn negatiefrollen staat de pyxis, kort na de opgraving. Op dezelfde rol staat een groepsfoto van een bruiloft in Centuripe uit de tweede helft van de jaren zeventig. De vaas was dus na 1970 nog gewoon op Sicilië. Volgens het museum is zij waarschijnlijk eind jaren zeventig illegaal uitgevoerd, in een periode waarin grafrovers de rotsgraven rond Centuripe leeghaalden.
Het museum was niet verplicht de vaas terug te geven. Het deed eigen onderzoek en overlegde met Sicilië. Op 7 oktober 2026 droeg het de vaas in Amsterdam over aan de Siciliaanse autoriteiten, in aanwezigheid van de Italiaanse kunstpolitie. De vaas krijgt een vaste plek in het regionale museum van Centuripe. Het siersel dat bovenop het deksel hoorde, ontbreekt overigens. Dat kocht het museum in 1997 niet mee en niemand weet waar het is.
Rogier Kalkers, hoofd herkomstonderzoek van het Allard Pierson, ziet de teruggave niet als verlies maar als het begin van een samenwerking met Sicilië. Het museum beschouwt zichzelf eerder als beheerder van erfgoed dan als eigenaar. Sinds 2023 onderzoekt het de herkomst van zijn hele archeologische collectie van zo'n 20.000 objecten. Volgens Kalkers is meer dan de helft van de collectie na 1970 verzameld. U leest het hele verhaal in het bericht van de Universiteit van Amsterdam.
Voor zover bekend heeft het museum geen claim ingesteld tegen wie dan ook. Toch is dit verhaal juridisch leerzaam, ook voor verzamelaars en handelaren. Want wat als een koper in dezelfde positie zijn geld wél terug wil? Dan dienen zich vier vragen aan. Was hij verplicht het object terug te geven? Kan hij de verkoper aanspreken? Dekt een verzekering het verlies? En welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
Was het museum verplicht de vaas terug te geven?
Nee. Het museum zegt dat zelf en juridisch klopt het. Drie regelingen hadden een rol kunnen spelen. Geen van drieën doet dat hier.
Om te beginnen het UNESCO-verdrag van 1970. Nederland ratificeerde dat verdrag pas in 2009. De regels staan sinds 2016 in de Erfgoedwet en werken niet terug. Een aankoop uit 1997 valt erbuiten.
Dan de Europese regels. Een lidstaat van de EU kan een cultuurgoed dat onrechtmatig van zijn grondgebied is weggehaald, in een andere lidstaat terugvorderen. Dat geldt alleen voor objecten die op of na 1 januari 1993 zijn weggehaald (artikel 14 Richtlijn 2014/60/EU). De vaas verliet Sicilië waarschijnlijk eind jaren zeventig.
Ten slotte het gewone burgerlijk recht. Naar Italiaans recht behoren archeologische vondsten toe aan de staat. Maar omdat de koop in Maastricht plaatsvond, beslist het Nederlandse goederenrecht wat er van die eigendom over is (artikel 10:127 BW). Dat recht beschermt de koper te goeder trouw stevig. Wie te goeder trouw en tegen betaling koopt van iemand die er eigenlijk niet over mocht beschikken, wordt in de regel toch eigenaar (artikel 3:86 BW). Lukt dat niet, dan wordt een bezitter te goeder trouw na drie jaar eigenaar door verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW). En na twintig jaar wordt zelfs een bezitter te kwader trouw eigenaar (artikel 3:105 BW in samenhang met artikel 3:306 BW). In mijn blog over Femme dans un fauteuil leg ik uitgebreider uit hoe dat werkt.
Was het museum te goeder trouw? Goede trouw betekent niet alleen dat u niets wist, maar ook dat u niets hoefde te weten (artikel 3:11 BW). Een professionele koper die zonder documenten of exportvergunning op een verklaring van de verkoper vertrouwt, kan daar vragen over verwachten. Maar voor de eigendom maakt dat hier weinig uit. Toen Sicilië in 2017 aanklopte, was het museum al twintig jaar bezitter van de vaas. Een eigendomsvordering naar Nederlands recht had dan weinig kans gemaakt.
Het gaf de vaas terug omdat het dat juist vond en niet omdat het moest. Dat is in Nederland vaker de route. Voor nazi-roofkunst is er sinds 2001 de Restitutiecommissie. Die gaat bij vervolgde particulieren die na 10 mei 1940 in Nederland hun bezit kwijtraakten, uit van onvrijwillig bezitsverlies. Gaat het om een werk van een museum of een particulier, dan kan de commissie alleen een bindend advies geven als beide partijen daar samen om vragen. Voor koloniale collecties van de Staat bestaat sinds 2022 een aparte adviescommissie. Voor een vaas die grafrovers in een ander Europees land uit de grond haalden, is er geen commissie. Dan beslist het museum zelf.
Kan de koper de handelaar aanspreken?
Stel dat een koper in dezelfde positie zijn verlies wil verhalen. Dan ligt de handelaar het meest voor de hand. Zijn verklaring over de herkomst was immers precies het punt waarop de koop rustte.
Welk recht op de koop van toepassing is, hangt af van wat partijen hebben afgesproken. Bij een Zwitserse verkoper en een Nederlandse koper ligt het Weens Koopverdrag voor de hand, tenzij partijen dat hebben uitgesloten. Ik houd het hier bij de hoofdlijnen.
Een verkoper moet een zaak leveren die beantwoordt aan wat de koper mocht verwachten (artikel 7:17 BW). Wie een antieke vaas koopt met een uitdrukkelijk opgegeven herkomst van vóór 1970, mag erop rekenen dat die herkomst klopt. Klopt zij niet, dan is er een goede grond om te stellen dat de vaas niet aan de overeenkomst beantwoordt. Het Weens Koopverdrag gaat nog een stap verder. Daaronder moet de verkoper een zaak leveren die vrij is van aanspraken van derden, ook als die aanspraken uiteindelijk niet gegrond zouden blijken (artikel 41 Weens Koopverdrag). Een verzoek tot teruggave van een buitenlandse overheid kan daar goed onder vallen.
Wist de handelaar dat zijn verhaal niet klopte, dan komt ook bedrog in beeld (artikel 3:44 BW). Wist hij het niet, dan kan de koper zich beroepen op dwaling (artikel 6:228 BW). In beide gevallen kan de koop worden vernietigd. Daarnaast kan een onjuiste mededeling over de herkomst een onrechtmatige daad opleveren (artikel 6:162 BW).
Bij elke route moet de koper wel snel zijn. Een koper moet binnen bekwame tijd na de ontdekking bij de verkoper klagen (artikel 7:23 lid 1 BW en vergelijkbaar artikel 43 Weens Koopverdrag). Een vordering tot vernietiging wegens bedrog of dwaling verjaart drie jaar nadat het bedrog of de dwaling is ontdekt (artikel 3:52 lid 1 onder c BW). De termijnen die bij de ontdekking gaan lopen, zijn dus kort. Wie na een verzoek als dat uit 2017 afwacht, ziet ze verlopen.
Dan is er nog het praktische probleem. Een vonnis tegen een buitenlandse handelaar is alleen iets waard als er na bijna dertig jaar nog iemand is die kan betalen.
Dekt een verzekering het verlies?
Of en hoe de vaas verzekerd was, is niet bekend. Toch is de vraag het stellen waard. Veel verzamelaars gaan ervan uit dat hun kunstverzekering ook dit risico dekt. Het object staat toch op de polis? Het antwoord is helaas minder eenvoudig.
Een kunstverzekering is een schadeverzekering. Zij vergoedt schade die ontstaat door een onzekere gebeurtenis die in de polis staat omschreven. De meeste gespecialiseerde kunstpolissen zijn 'allrisk'. Alles is gedekt, tenzij het uitdrukkelijk is uitgesloten. In mijn blog over Kumamoto liet ik zien hoe ruim zo'n dekking kan zijn. Zelfs een aardbeving die een collectie raakt, valt er vaak onder.
Het sleutelwoord is alleen schade aan het object. Een allriskpolis is gebouwd voor wat er met een vaas kan gebeuren. Zij valt, zij breekt, zij wordt gestolen of zij raakt zoek. Met de vaas uit Centuripe is niets van dat alles gebeurd. Wat er mis is, is haar geschiedenis en daardoor haar verhandelbaarheid. Een waardedaling door een herkomstprobleem is geen schade aan de zaak.
Valt een teruggave dan onder de dekking voor 'verlies'? Ook dat ligt lastig. Een vrijwillige teruggave is een eigen keuze en geen onzekere gebeurtenis die de verzekerde overkomt. Kalkers noemt de teruggave geen verlies. Hij bedoelt dat moreel, maar een verzekeraar zal het om een heel andere reden met hem eens zijn. Daarnaast bevatten veel polissen uitsluitingen voor inbeslagname door de overheid en voor aanspraken van derden op het eigendom. Sommige verzekeraars bieden wel een aparte dekking voor titelgebreken. Wie een duur object koopt zonder die dekking, draagt dat risico in de praktijk zelf.
Uiteindelijk is de polis beslissend. Polisvoorwaarden worden uitgelegd naar wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Is de verzekerde een consument, dan geldt bij twijfel de uitleg die voor hem het gunstigst is (artikel 6:238 lid 2 BW). De verzekerde moet aantonen dat de gebeurtenis onder de dekking valt. De verzekeraar moet aantonen dat een uitsluiting van toepassing is.
Drie praktische punten verdienen aandacht. Meld een verzoek tot teruggave zo snel mogelijk bij uw verzekeraar, ook als u denkt dat er geen dekking is (artikel 7:941 BW). Veel polissen bepalen bovendien dat u niets mag doen wat de verhaalsmogelijkheden van de verzekeraar schaadt. Wie zonder overleg teruggeeft of schikt, kan daardoor zijn dekking verspelen. Daarnaast geldt de mededelingsplicht bij het sluiten van de verzekering (artikel 7:928 BW). Wist u toen al van twijfels over de herkomst en zweeg u daarover, dan kan de verzekeraar de uitkering beperken of weigeren. Ten slotte gaat uw vordering op de verkoper over op de verzekeraar als die uitkeert (artikel 7:962 BW). U krijgt uw schade dus niet twee keer vergoed.
Is er een aansprakelijke handelaar, dan zit het meeste geld waarschijnlijk niet bij de kunstverzekeraar van de koper, maar bij de aansprakelijkheidsverzekeraar van die handelaar.
Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
Stel dat de handelaar aansprakelijk is en dat er nog iemand is om aan te spreken. Wat kan de koper dan vorderen? Het uitgangspunt van het schadevergoedingsrecht is eenvoudig. De benadeelde wordt zo veel mogelijk in de positie gebracht waarin hij zonder de fout zou hebben verkeerd. Welke positie dat is, hangt af van de grondslag. De aankoopprijs van de vaas is niet openbaar, dus ik leg het uit zonder bedragen.
Overeenkomst of onrechtmatige daad
Bij een tekortkoming in de nakoming van de koop (artikel 6:74 BW) is de vraag hoe de koper ervoor had gestaan als de handelaar goed had geleverd. Dan had hij een vaas met een schone herkomst gehad. De schade is in beginsel de waarde die zo'n vaas nu zou hebben. Bij een object dat bijna dertig jaar in een collectie staat, kan dat veel meer zijn dan de aankoopprijs.
Bij een onrechtmatige daad is de vraag hoe de koper ervoor had gestaan zonder de onjuiste mededeling. Dan had hij de vaas niet gekocht en zijn geld gehouden. De schade is dan in de kern de aankoopprijs met de bijkomende kosten. Wat de vaas inmiddels waard zou zijn geweest, telt in die benadering niet mee, tenzij de koper aannemelijk maakt dat hij met dat geld iets anders had gekocht dat net zo in waarde was gestegen. De rechter mag de schade in zo'n geval schatten (artikel 6:97 BW), maar het bewijs is lastig.
Dezelfde vaas en dezelfde onjuiste verklaring kunnen dus tot heel verschillende bedragen leiden.
Veroorzaakte de handelaar de schade of de koper zelf?
De handelaar zal tegenwerpen dat de koper de vaas vrijwillig heeft teruggegeven. Juridisch hoefde dat niet. Het verlies zou dan het gevolg zijn van een eigen keuze en niet van zijn verklaring (artikel 6:98 BW). Ik vind dat argument niet sterk. De vaas verloor haar waarde op het moment dat bekend werd dat zij illegaal was opgegraven. Een aantoonbaar geroofd object is op de legale markt nauwelijks te verkopen. Een museum dat het blijft tonen, zet zijn naam en zijn internationale samenwerking op het spel. De teruggave veroorzaakte het verlies niet. Zij volgde erop.
Daarnaast kan de koper de redelijke kosten vorderen die hij maakt om de schade en de aansprakelijkheid vast te stellen en om buiten rechte tot een oplossing te komen (artikel 6:96 lid 2 onder b en c BW). Denk aan herkomstonderzoek en juridische bijstand.
Eigen schuld
De handelaar kan ook wijzen naar de koper zelf. Het museum kreeg in 1997 geen documenten en geen exportvergunning en ging af op de verklaring van de verkoper. Een rechter zou kunnen vinden dat een professionele koper meer had moeten vragen. Dan blijft een deel van de schade voor eigen rekening (artikel 6:101 BW). Of dat zo is, moet worden beoordeeld naar de maatstaven van 1997 en niet naar die van nu.
De klok tikt
Dan de verjaring en die is in dit verhaal beslissend. Een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar nadat de benadeelde bekend werd met de schade en met de aansprakelijke partij. In elk geval verjaart zij twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (artikel 3:310 lid 1 BW). Bij een aankoop in 1997 liep die termijn in 2017 af, het jaar waarin Sicilië aanklopte. Alleen in uitzonderlijke gevallen staat de redelijkheid en billijkheid aan een beroep op die termijn in de weg.
Dat is de wrange symmetrie van ons stelsel. Het verloop van de tijd dat het museum beschermde tegen een eigendomsvordering uit Italië, sneed ook de weg naar de handelaar af. Rechtszekerheid werkt naar twee kanten.
Daar ligt ook de spanning die u in het buitenlandse nieuws ziet. Italië en de Verenigde Staten kiezen ervoor de klok voor de oorspronkelijke eigenaren stil te zetten. Nederland houdt vast aan vaste termijnen en laat teruggave over aan commissies en aan het geweten van musea. Wie de rekening betaalt, bepalen dan het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht. Na zoveel jaren is het antwoord vaak dat de koper die zelf betaalt.
Tot slot
De vaas uit Centuripe laat zien dat teruggave zelden nog een eigendomsvraag is. Juridisch mocht het Allard Pierson de vaas houden. Het koos ervoor dat niet te doen. Wie in een vergelijkbare situatie zijn verlies wil verhalen, loopt tegen drie vragen aan. Het aansprakelijkheidsrecht bepaalt wie hij kan aanspreken. Het verzekeringsrecht bepaalt of er ergens een pot met geld is. Het schadevergoedingsrecht bepaalt hoeveel daaruit komt. Bij alle drie hangt het antwoord af van details die bij de aankoop niemand interessant vond. Denk aan een mondelinge verklaring, een ontbrekende exportvergunning, de polis en de datum op de factuur.
Koopt u zelf kunst, antiek of archeologische objecten, dan helpen een paar eenvoudige stappen.
- Vraag naar documenten over de herkomst en bij archeologische objecten naar een exportvergunning. Neem geen genoegen met een mondelinge verklaring.
- Laat de verkoper de herkomst schriftelijk bevestigen en bewaar die bevestiging bij de factuur en de verkoopvoorwaarden.
- Kijk of uw kunstverzekering titelgebreken dekt en vraag anders naar een aparte dekking.
- Krijgt u een verzoek tot teruggave? Meld het direct bij uw verzekeraar, stel de verkoper tijdig aansprakelijk en houd de korte termijnen in het oog die vanaf de ontdekking gaan lopen.
Dit blog is een algemene beschouwing aan de hand van een gebeurtenis uit het nieuws. Het is geen advies voor uw eigen situatie en geen oordeel over de betrokkenen.
Heeft u vragen over de herkomst van een kunstwerk, een verzoek tot teruggave of uw kunstverzekering?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dat kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mailbericht te sturen naar info@jba.nl.



